Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Procesverloop
3.Nader onderzoek
raadsvrouwheeft ter terechtzitting op 20 januari 2021 tijdens haar pleidooi de hiernavolgende - voorwaardelijke - verzoeken tot het horen van getuigen gedaan:
Leeuwenburgh, Nijboer en [medeverdachte] :
grotendeelsde beschikking over de gevraagde informatie/inlichtingen. Het vragen om inlichtingen te verstrekken waarover de curatoren reeds de beschikking hadden is apert onredelijk en onaanvaardbaar, aldus de verdediging.
aangifte rechter-commissaris mr. P.P.M. Van der Burgt d.d. 10 mei 2016 (AG-10):
- aangifte d.d. 27 november 2018 (AG-001, dossier 64375)van curatoren mr. P.W. Schreurs en mr. H.J. School: een aangifte ex artikel 194 Sr Pro in het - gelijktijdig met de beëindiging van de schuldsaneringsregeling bij vonnis van 19 april 2018 uitgesproken - faillissement van verdachte (in privé);
- aanvullende aangifte 27 september 2019, van mr. Van der Laan namens curator mr. Dekker: een aangifte ter zake van het niet voldoen aan de inlichtingenplicht ex art 194 lid Pro 2 (oud) Sr alsmede bedrieglijke bankbreuk, in verband met de faillissementen van [bedrijf 1] BV, [bedrijf 2] BV en [bedrijf 3] BV (betreft deels een overlapping t.a.v. de hiervoor genoemde aangifte AG-10 van de rechter-commissaris van 10 mei 2016).
onderhavige strafzaakover deze aangiften tegen verdachte niet eerder als getuige door de rechter-commissaris gehoord.
Stadig- die in het kader van
onderhavigestrafzaak geen aangifte tegen verdachte heeft gedaan - is de rechtbank van oordeel dat aan de verdediging de gelegenheid moet worden geboden om diens verhoor als getuige bij de rechter-commissaris (toegewezen in de zaak van de medeverdachte [medeverdachte] ) bij te wonen.
voor zoverdie zien op de periode vóór de wetswijzigingen van 1 juli 2016.
4.Schorsing onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd
5. De beslissing
heropenthet onderzoek;
getuigendoor de
rechter-commissarister zake het hiervoor overwogene zullen worden gehoord:
Philip Willem Schreurs, curator in het faillissement van [medeverdachte] (p/a [kantoor 4] , [adres 2] te Eindhoven);
Pieter Rudolf Dekker, geboren 2 juli 1958 te Hilversum, curator in het faillissement van [bedrijf 9] B.V. (p/a [kantoor 5] , [adres 3] te Rosmalen);
H.J. School, curator in het faillissement van verdachte in privé (p/a [adres 4] );
[getuige 5], destijds medewerkster administratie [bedrijf 5] , wonende aan [adres 5] ,
benoemtuit haar midden
tot rechter-commissaris: mr. M.J.C.M. Manders;
gelegenheidzal worden gesteld om
het verhoorbij de rechter-commissaris van curator
J.E. Stadig bij te wonen(deze getuige is toegewezen in de zaak van de medeverdachte [medeverdachte] );
stukken in handenvan deze
rechter-commissaris, zodat deze het nadere onderzoek kan verrichten.
Wijst de overige verzoekenonder 1 tot en met 18 en overige getuigenverzoeken – met uitzondering van de verzoeken onder 13 en 14 als hiervoor overwogen –
af.
schorst het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd en beveelt hervatting daarvantegen een nog nader te bepalen tijdstip en de oproeping van verdachte voor die zitting, met tijdige kennisgeving van de zittingsdatum en dat tijdstip aan de
raadsvrouwvan verdachte, mr. C.W. Noorduyn.
15 februari 2021.