ECLI:NL:RBOVE:2021:547
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij drugshandel en verpakking
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak van een 28-jarige verdachte die werd verdacht van het in- en uitvoeren, dealen en aanwezig hebben van grote hoeveelheden harddrugs in november 2017. De tenlastelegging betrof onder meer XTC, amfetamine, heroïne, cocaïne en 2C-B. De officier van justitie en de verdediging stelden beiden dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte om tot een bewezenverklaring te komen.
Tijdens de openbare terechtzitting op 26 januari 2021 werd het standpunt van de officier van justitie besproken, die vrijspraak vorderde vanwege het ontbreken van voldoende bewijs. De verdediging voerde aan dat niet kon worden vastgesteld dat verdachte het gebruikte telefoonnummer beheerde en dat WhatsApp-berichten geen bewijs leverden van betrokkenheid bij de drugshandel.
De rechtbank concludeerde dat het dossier inderdaad onvoldoende aanknopingspunten bevatte om het primair en subsidiair ten laste gelegde bewezen te verklaren. Op 9 februari 2021 sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij drugshandel en verpakking.