Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
In deze civiele zaak vordert eiser vernietiging van de kwijtschelding van een hypothecaire schuld, betaling van €550.000, ontbinding van een koopovereenkomst en andere gerelateerde vorderingen. Gedaagde stelde in een incident een exceptie plurium litis consortium op grond dat niet alle betrokken partijen bij de meerpartijenovereenkomst in het geding zijn.
De rechtbank oordeelt dat deze exceptie geen exceptief verweer is maar een verweer ten principale, wat inhoudt dat dit verweer inhoudelijk beoordeeld moet worden in de hoofdzaak en niet in het incident. Daarom wijst de rechtbank de exceptie af en veroordeelt gedaagde in de proceskosten van €563,09.
Gedaagde krijgt alsnog de gelegenheid om in de hoofdzaak te antwoorden. De procedure wordt voortgezet met een nieuwe rolzitting voor conclusie van antwoord. De rechtbank verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad en houdt verdere beslissingen aan.
Uitkomst: De exceptie plurium litis consortium wordt afgewezen en gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten; de procedure wordt voortgezet.