Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
1.
hij op of omstreeks 13 augustus 2020 te Zwolle tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft/hebben gebracht, immers hebben verdachte en/of zijn mededader de vlam van een aansteker en/of een lucifer, althans open vuur bij de lont van zwaar vuurwerk (gelijkend op een zogenaamde Cobra) gehouden en/of vervolgens voornoemd zwaar vuurwerk door de brievenbus van het pand van [bedrijf] , gelegen aan [adres 2] , heeft gedaan/gestopt/gedeponeerd en daarvan gemeen gevaar voor voornoemd pand aan [adres 2] en/of de inventaris van voornoemd pand aan [adres 2] , in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;
2
verdachte op of omstreeks 13 augustus 2020, in de gemeente Zwolle, opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk, te weten:
heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad.
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
- het proces-verbaal van bevindingen (over het aantreffen van het vuurwerk), pagina 158;
- het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk met bijlagen, pagina 164 tot en met 217;
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 21 december 2020, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit juncto artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De vordering tenuitvoerlegging
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit juncto artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden;
af.