ECLI:NL:RBOVE:2021:4944
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot dwangakkoord wegens onredelijke instemming schuldeiser
Verzoekers, gehuwd en exploitanten van een hypotheekadviesbureau, hebben een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling en tegelijkertijd een dwangakkoord verzocht. In het minnelijk traject werd abusievelijk aangenomen dat alle schuldeisers, waaronder Qredits met een vordering van ruim 28% van de totale schuldenlast, hadden ingestemd met het aanbod. Na uitkering bleek dat Qredits niet akkoord was gegaan en haar weigering handhaafde.
Ter zitting verklaarden vertegenwoordigers van Qredits dat de onderneming van verzoeker herhaaldelijk financiële problemen kende en dat de levensvatbaarheid van de onderneming twijfelachtig is. Ook werd het BBZ-krediet verstrekt op basis van een onderzoek dat volgens Qredits te kort door de bocht was. Verzoekers gaven aan dat de markt zich op een dieptepunt bevond en dat de onderneming recent weer winstgevend is.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 287a lid 5 Faillissementswet een dwangakkoord kan worden opgelegd als de schuldeiser niet redelijkerwijs tot weigering kon komen. De rechtbank concludeerde echter dat van Qredits niet mag worden verlangd dat zij meewerkt aan de sanering en voortzetting van de onderneming, gelet op de langdurige financiële problemen en twijfel over levensvatbaarheid.
Ook werd niet aannemelijk dat de andere schuldeisers beter af zouden zijn bij staking van de onderneming. De rechtbank wees het verzoek tot dwangakkoord af en verzocht verzoekers uiterlijk 17 januari 2022 schriftelijk te melden of zij hun verzoeken handhaven of intrekken.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt afgewezen omdat van de schuldeiser niet mag worden verlangd mee te werken aan de sanering en voortzetting van de onderneming.