Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
STICHTING WOONZORG NEDERLAND,
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
Stichting Woonzorg Nederland vordert in kort geding de ontruiming van een woning die zij aan [gedaagde] heeft verhuurd. De huurovereenkomst is gesloten nadat [gedaagde] zich als woningzoekende inschreef en voorrang kreeg vanwege een vermeende penibele woonsituatie. Woonzorg stelt dat [gedaagde] bij het aangaan van de huurovereenkomst heeft gefraudeerd door onjuiste informatie te verstrekken over zijn woonsituatie en samenwoning met een derde, [C], die een slechte reputatie heeft bij Woonzorg.
De voorzieningenrechter oordeelt dat Woonzorg een spoedeisend belang heeft bij ontruiming omdat de woning weer verhuurd moet worden aan andere kandidaten. Er is voldoende aannemelijk dat de huurovereenkomst op grond van dwaling en bedrog vernietigd zal worden in de bodemprocedure. Dit blijkt onder meer uit valse verklaringen over de woonsituatie, een vervalste koopovereenkomst van een woning, en het verzwijgen van samenwoning met [C].
De voorzieningenrechter veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen de woning te ontruimen en veroordeelt hem in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [gedaagde] tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen wegens vernietiging van de huurovereenkomst op grond van bedrog en dwaling.