Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
of omstreeks8 mei 2021 te Enschede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet
(met veel kracht) meermalen althans eenmaalmet een breekijzer
/stang/staaf althans een hard en/of zwaar voorwerpop/tegen het hoofd
/gezicht en
/ofhet lichaam van voorgenoemde [aangever] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelde
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
poging tot zware mishandeling;
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) maanden;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.263,06 (zegge: twaalfhonderddrieënzestig euro en zes eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2021, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 22 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- wijst de vordering van de benadeelde partij af voor zover het de meer gevorderde reiskosten betreft (gevorderd is een bedrag van € € 50,--, afgewezen wordt een bedrag van € 48,44);
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;