Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
[gedaagde],
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats 2] ,
Rechtbank Overijssel
In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van een bedrag van €541,44 voor transportwerkzaamheden die zij naar eigen zeggen op 8 februari 2019 heeft uitgevoerd voor gedaagde. Gedaagde betwist dat de werkzaamheden voor hem zijn uitgevoerd en stelt dat de factuur niet aan hem is gericht.
Eiseres verklaart zelf dat niet zij, maar een andere vennootschap, B Transport B.V., een vordering zou hebben op een van de betrokken besloten vennootschappen. De factuur die aan de dagvaarding is gehecht, draagt het logo en de gegevens van B Transport B.V. en is gericht aan een andere vennootschap dan gedaagde.
De kantonrechter oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat eiseres een vordering op gedaagde heeft. De vordering wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten, terwijl de kosten aan de zijde van gedaagde nihil worden begroot omdat deze zonder professionele gemachtigde procedeert.
Uitkomst: De vordering tot betaling van facturen wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een vordering op gedaagde.