Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.De procedure
2.De feiten
REGISTERGOED
3.Het geschil
4.De beoordeling
“Dan laten we het voorlopig maar even voor wat het is. En kunnen we eind van het jaar de situatie opnieuw bekijken.”Ook in 2018 en in 2020 neemt [eiseres] steeds contact op met [gedaagde] over het opnieuw te koop zetten van de woning. Als er inderdaad een nieuwe afspraak was gemaakt over de toedeling van de woning aan [gedaagde] , dan had het voor de hand gelegen dat [gedaagde] [eiseres] daar op had gewezen. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan. Een afspraak met betrekking tot toedeling van de woning aan [gedaagde] acht de voorzieningenrechter daarom niet voldoende aannemelijk.
dat dat fantastisch zou zijn voor alle partijen”), ondersteunt de stellingen van [gedaagde] ook niet. Het is niet meer dan logisch dat [eiseres] enthousiast is over enige voortgang met betrekking tot de woning (hetzij in verband met verkoop, hetzij in verband met het voornemen tot overname door [gedaagde] ). Daar blijkt niet uit dat zij niet meer rekent op nakoming van de afspraken uit het convenant met betrekking tot een eventueel te verdelen overwaarde (of restschuld).