Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
zijnde cocaïne en/of 2C-B en/of MDMA (telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
zijnde cocaïne en/of 2C-B en/of MDMA (telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
[naam]heeft op 24 april 2020 twee gram MDMA besteld.
[naam]heeft op 6 juni 2020 een bericht gestuurd waarin hij meldt XTC en 3MMC nodig te hebben. Als reactie ontving hij een zakelijk en standaard uitziend bericht met de tekst:
[naam]bestelde op 24 april 2020 verschillende drugs, waaronder één gram ‘sos’, zijnde cocaïne en één gram MDMA. Op 14 mei 2020 plaatste hij nogmaals een bestelling van, onder meer, tien gram MDMA.
[naam]ontving op 4 april 2020 het volgende bericht:
[naam]bestelde op 11 april 2020 één gram cocaïne.
[naam]op 4 april 2020.
[naam]bestelde vervolgens op 18 april 2020 tien gram wiet, één gram ‘sos’ en één gram ‘3m’, zijnde 3MMC.
15 oktober heeft verdachte een bericht naar zijn contacten gestuurd dat hij weer
“terug en actief is”. Hij geeft hierbij zijn nieuwe telefoonnummer. De eerste gesprekken zijn vanaf
14 oktober 2020 en de laatste op 19 april 2021. In totaal zijn ongeveer 197 zaak relevante gesprekken geteld. Van deze gesprekken zijn acht gesprekken uitgewerkt in het proces-verbaal van bevindingen van 18 juli 2021. Het zijn een aantal korte gesprekken maar ook gesprekken die maanden duren. De rechtbank acht de volgende gesprekken voor de bewezenverklaring relevant.
[naam]ontvangt op 16 oktober 2020 het volgende bericht:
[naam]ontving op 15 oktober het bericht:
22 december 2020 ontving ook
[naam]een aanbieding, waarin onder meer twee gram cocaïne voor € 80,00 wordt aangeboden (normaal € 100,00), tien stuks 2C-B voor € 25,00 en vijf gram MDMA voor € 30,00.
[naam]ontving op 15 oktober 2020 hetzelfde bericht als
[naam]en
,waarin
[bijnaam]meldt dat hij een nieuw nummer heeft en dat hij weer terug en actief is.
[naam]bestelde vervolgens op 18, 24 en 30 december 2020 verschillende hoeveelheden ‘sos’. Ook in januari en februari 2021 bestelde hij verschillende malen diverse drugs, die hij steeds “bij de deur” of bij
[bijnaam]kon komen afhalen.
‘ [naam] ’. Die [naam] had de bijnaam
‘ [bijnaam] ’. Op 3 juli 2021 heeft getuige [getuige] verklaard dat hij sinds twee jaar ongeveer eens in het halfjaar cocaïne gebruikt dat hij dat altijd bij dezelfde persoon kocht, via Whatsapp. Hij heeft geen naam genoemd en kon zich het chatgesprek van 6 maart 2021 tussen verdachte en een afnemer, waarmee hij tijdens het verhoor werd geconfronteerd, niet meer voor de geest halen, maar denkt wel dat hij dat is geweest.
“Na paar maanden zijn we weer terug en actief! Sorry zat een tijd locked up. Dit is m'n nieuwe nummer! (Oude nummers: [telefoonnummer] en [telefoonnummer] ) Oude nummers kunnen weg! [bijnaam] ”,heeft verdachte verklaard dat hij daarmee mensen liet weten dat hij weer terug was en dat hij dus weer kon chillen. Verdachte heeft verklaard dat het in de woning aangetroffen geldbedrag van hem was en dat hij dat heeft verdiend met de handel in drugs.
8 juni 2020 harddrugs heeft gedeald.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
12 maanden.
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
gevangenisstrafvoor de duur van
20 (twintig) maanden;
6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van3 (drie) jarende navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
(…)ik heb harddrugs gedeald. In december 2020 kreeg ik een eigen huis en in die periode is het begonnen(…)De telefoons zijn van mij en mijn accountnaam is [bijnaam] (…)
7 oktober 2021;