Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. R. Zwarts en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. G.R. Stoeten, advocaat te Groningen, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
1. door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of
2. door listige kunstgrepen en/of
3. door een samenweefsel van verdichtsels,
3.De voorvragen
De raadsman heeft met betrekking tot de feiten 1 en 2 aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte opzet had op het doen van onjuiste aangifte omzetbelasting en het openbaar maken van onjuiste jaarstukken. Verdachte heeft de bewuste werkzaamheden aan [administratiekantoor] B.V. overgelaten en is hierbij afgegaan op wat door [administratiekantoor] aan hem is voorgelegd. Verdachte verkeerde dan ook in de veronderstelling dat er door [bedrijf verdachte 1] juist is gehandeld.
De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat de verboden gedraging de rechtspersoon kan worden toegerekend.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, waaraan verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;
het door de bestuurder opzettelijk openbaar maken van een onware balans en een onware toelichting op een van die stukken;
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, waaraan verdachte feitelijke leiding heeft gegeven;
het door de bestuurder opzettelijk openbaar maken van een onware balans en een onware toelichting op een van die stukken;
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden;
teruggavevan het op de beslaglijst genoemde voorwerp, te weten de administratie van verdachte.