Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
er wordt geen bedrag genoemd;
(begroot 4 x € 2.510,--);
(4 x € 2.510,--)’ toekomstige schade gevorderd, hetgeen omvangrijk en complex van aard is. Dergelijke (in de toekomst) doorlopende schade moet immers worden vastgesteld naar redelijke verwachting en na afweging van de goede en de kwade kansen, waarbij de hoogte van het schadebedrag afhankelijk zal zijn van een groot aantal variabelen. De rechtbank acht zich er niet van verzekerd dat de verdediging in dit strafproces in de gelegenheid is geweest al datgene aan te voeren wat zij ter verweer tegen deze schadepost kon aanvoeren. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
opzettelijk een ontploffing teweeg brengen terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden;
6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
[benadeelde 1],
[benadeelde 2],
[benadeelde 6],
[benadeelde 8],
[benadeelde 10] , [benadeelde 11] , [benadeelde 12] en [benadeelde 13]: in het geheel niet-ontvankelijk zijn in de vordering, en dat de benadeelde partijen hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;
[benadeelde 3]toe tot een bedrag van € 1.577,50 (bestaande uit materiële schade);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.577,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over voornoemd bedrag vanaf heden tot aan de dag van volledige betaling ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 25 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[benadeelde 4]toe tot een bedrag van
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 6.754,68, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 september 2021 tot aan de dag van volledige betaling, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 68 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[benadeelde 5]toe tot een bedrag van
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 292,80, te vermeerderen met de wettelijke rente over voornoemd bedrag vanaf 14 februari 2021 tot aan de dag van volledige betaling ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 5 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[benadeelde 7]toe tot een bedrag van € 250,-- (bestaande uit materiële schade);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 250,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over voornoemd bedrag vanaf 15 februari 2021 tot aan de dag van volledige betaling ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 5 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[aangever 2]toe tot een bedrag van
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 5.935,97, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2021 tot aan de dag van volledige betaling, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 64 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;