ECLI:NL:RBOVE:2021:3684
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming Q-koorts wegens onvoldoende medische onderbouwing QVS-diagnose
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op basis van de Beleidsregel tegemoetkoming Q-koorts, stellende dat hij tussen 2005 en 2012 besmet is geraakt met Q-koorts en gediagnosticeerd met Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS). De minister wees de aanvraag af omdat uit medisch advies bleek dat onvoldoende bewijs was voor een QVS-diagnose.
Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. In het beroepsproces overwoog de rechtbank dat eiser onvoldoende medische gegevens had overlegd die de diagnose QVS bevestigen. De onafhankelijke medische commissie concludeerde dat het medisch dossier onvoldoende aanknopingspunten bevatte om een relatie tussen de klachten en Q-koorts aan te tonen.
Hoewel eiser stelde dat zijn klachten al kort na de infectie ontstonden en dat zijn behandelend longarts onvoldoende kennis had, vond de rechtbank dat het advies van de commissie deugdelijk was onderbouwd. De rechtbank erkende de ernst van de klachten maar stelde dat de beleidsregel vereist dat een formele diagnose is gesteld, wat hier ontbrak.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de tegemoetkoming Q-koorts wordt ongegrond verklaard.