Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het verloop van de procedure
2.De standpunten van klager en de officier van justitie
3.De bevoegdheid van de rechtbank
4.De ontvankelijkheid
5.De beoordeling
De beslissing
ongegrond.
Rechtbank Overijssel
Een 32-jarige man diende een klaagschrift in tegen de invordering en inhouding van zijn rijbewijs op grond van artikel 164 WVW Pro 1994, nadat hij op 12 september 2021 werd betrapt op rijden onder invloed in Markelo. Hij ontkende het rijden met de Volkswagen Golf en betwistte de juistheid van het proces-verbaal, ondersteund door camerabeelden die het politieoptreden op zijn erf betroffen.
De officier van justitie stelde dat het rijbewijs terecht was ingevorderd en ingehouden vanwege de ernst van de feiten en het belang van de verkeersveiligheid. De rechtbank nam kennis van het dossier en hoorde partijen op zitting.
De rechtbank oordeelde dat de processen-verbaal betrouwbaar zijn en dat de weigering van klager om mee te werken aan een ademanalyse gelijkstaat aan een overschrijding van de toegestane alcoholgrens. Het persoonlijk belang van klager bij teruggave van het rijbewijs weegt niet op tegen het belang van de verkeersveiligheid. Gezien de ontkenning van klager en het risico op herhaling, is de inhouding van het rijbewijs voor negen maanden terecht.
De rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond en bevestigde de inhouding van het rijbewijs tot uiterlijk 9 juni 2022.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en de inhouding van het rijbewijs voor negen maanden bevestigd.