Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) (de Staat).
[naam vennootschap] B.V., te Hengelo,
Rechtbank Overijssel
Eiser, werkzaam als kwaliteitscontroleur/monteur, meldde zich ziek na een verkeersongeval en vroeg om een Ziektewet- en WIA-uitkering. Verweerder wees deze aanvragen af, waarna eiser bezwaar en beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna een nieuw besluit werd genomen waarbij eiser 56,35% arbeidsongeschikt werd geacht.
Eiser betwistte deze vaststelling en vorderde schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Medische en arbeidskundige rapporten werden ingewonnen, waarbij deskundige Valk en de verzekeringsarts bezwaar en beroep hun bevindingen aanpasten. De arbeidsdeskundige concludeerde dat eiser 62,01% arbeidsongeschikt is.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit in strijd is met de Awb en stelde het arbeidsongeschiktheidspercentage vast op 62,01%. Daarnaast werd een schadevergoeding van €3000 toegekend wegens een overschrijding van de redelijke termijn van ruim twee jaar. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het arbeidsongeschiktheidspercentage wordt vastgesteld op 62,01% en een schadevergoeding van €3000 wordt toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.