ECLI:NL:RBOVE:2021:3448
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens onvoldoende registratie arbeidstijd bij toezicht op stationair draaiende vrachtwagen
Eiseres, een transportbedrijf, kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens overtreding van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet (Atw) op 11 en 12 september 2018. De boete betrof het niet deugdelijk registreren van arbeidstijd van een werknemer die toezicht hield op een pompproces waarbij een vrachtwagen stationair draaide.
De werknemer had volgens de tachograaf en bestuurderskaart niet alle werkzaamheden correct geregistreerd; bepaalde periodes werden als rusttijd geregistreerd terwijl toezicht werd gehouden. Eiseres voerde aan dat de werknemer niet voortdurend werkzaamheden verrichtte en dat het toezicht niet als arbeidstijd moest worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat het toezicht op het pompproces wel degelijk arbeidstijd is, omdat de werknemer niet vrijelijk over zijn tijd kon beschikken en gereed moest zijn om in te grijpen. De vergelijking met rusten op een parkeerplaats werd verworpen. Omdat de registratie niet voldeed aan de wettelijke eisen, werd het beroep ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete van €4.400 wegens onvoldoende registratie van arbeidstijd wordt ongegrond verklaard.