Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het verloop van de procedure
2.De standpunten van klager en zijn raadsvrouw en de officier van justitie
3.De bevoegdheid van de rechtbank
4.De ontvankelijkheid
5.De beoordeling
6.De beslissing
klaagschrift ongegrond.
Rechtbank Overijssel
De raadkamer van de rechtbank Overijssel behandelde het klaagschrift van klager tegen de inhouding van zijn rijbewijs op grond van artikel 164 Wegenverkeerswet Pro 1994. Klager had onder invloed van een hoog alcoholgehalte (925 μg/l) een personenauto bestuurd en spookrijden gepleegd op de A35, waarbij hij een vangrail raakte. Hij erkende schuld en toonde spijt, maar verzocht om teruggave van zijn rijbewijs vanwege zijn bedrijf.
De officier van justitie stelde dat het klaagschrift ongegrond moest worden verklaard vanwege de ernst van de feiten, het gevaar voor de verkeersveiligheid en recidive. De raadkamer oordeelde dat het rijbewijs terecht was ingevorderd en dat het belang van de verkeersveiligheid zwaarder weegt dan het persoonlijk belang van klager. Er is sprake van gevaar voor herhaling en een onvoorwaardelijke rijontzegging van tien maanden is passend.
De raadkamer benadrukte dat het gedrag van klager, spookrijden onder invloed midden in de nacht met hoge snelheid, onaanvaardbaar is en dat het teruggeven van het rijbewijs niet aan de samenleving is uit te leggen. De inhouding blijft gehandhaafd en het klaagschrift wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en de inhouding van het rijbewijs voor tien maanden gehandhaafd.