ECLI:NL:RBOVE:2021:3297
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij van ruim 697.000 euro
De rechtbank Overijssel heeft op 24 augustus 2021 uitspraak gedaan in een zaak waarbij een 55-jarige man werd veroordeeld tot betaling van €697.267,64 aan de Staat wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit een hennepkwekerij. De man was eerder veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van de Opiumwet door het exploiteren van een hennepkwekerij.
De beoordeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd op een combinatie van feiten: de vondst van 1317 hennepplanten, aanwijzingen van eerdere oogsten, waterverbruikscijfers van het pand en aangetroffen groeimiddelen. De rechtbank acht aannemelijk dat de kwekerij vanaf 16 april 2018 actief was en dat gedurende de periode tot de vondst op 28 januari 2020 ongeveer acht oogsten hebben plaatsgevonden.
De verdediging voerde aan dat het waterverbruik ook door andere apparaten kon zijn veroorzaakt en dat verklaringen over de kwekerij niet betrouwbaar waren. De rechtbank verwierp deze argumenten, oordeelde dat het waterverbruik vrijwel geheel aan de kwekerij toe te schrijven is en dat de verklaringen van de verdediging onvoldoende geloofwaardig zijn.
Op basis van het aantal planten en de berekende winst per plant stelde de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €697.267,64 en legde de betalingsverplichting op aan de veroordeelde. Tevens werd de maximale duur van gijzeling vastgesteld voor het geval van niet-betaling.
Uitkomst: De veroordeelde moet €697.267,64 betalen aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.