ECLI:NL:RBOVE:2021:3087
Rechtbank Overijssel
- Beschikking
- S.J.S. Groeneveld - Koekkoek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvullend conservatoir beslag op onroerende zaken wegens onvoldoende vrees voor niet-betaling
Partijen, voormalig gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en gescheiden per 3 september 2020, waren samen eigenaar van een agrarisch bedrijf. Zij sloten een akte van dading waarin de vrouw het bedrijf voortzet en betalingsverplichtingen aan de man zijn vastgelegd, waaronder zowel reeds vervallen als toekomstige termijnen.
De man had reeds conservatoir beslag verkregen voor de vervallen termijnen maar verzocht aanvullend beslag voor toekomstige bedragen. De vrouw betwistte dit verzoek en stelde dat het prematuur was en er geen vrees voor verduistering bestond.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de toekomstige vorderingen binnenkort in de bodemprocedure worden behandeld en dat onvoldoende aannemelijk is dat de vrouw niet zal betalen of het bedrijf vóór 2035 zal liquideren. De vrouw heeft aannemelijk gemaakt financiering na te streven, wat het risico op verduistering vermindert.
Daarom werd het verzoek tot aanvullend conservatoir beslag afgewezen. Tevens werd in een kort geding het verzoek tot medewerking aan liquidatie afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.
Uitkomst: Het verzoek tot aanvullend conservatoir beslag op onroerende zaken wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van niet-betaling en gebrek aan vrees voor verduistering.