Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
;
gemeente Rijssen-Holten een jas (kleur blauw) en/of een paar schoenen (Crocs, kleur zwart en bontgevoerd), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [aangever 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen jas en/of schoenen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
gemeente Rijssen-Holten in de woning, gelegen op/aan [adres 1] , bij een ander, te weten bij [aangever 1] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik
wederrechtelijk is binnengedrongen.
3. De voorvragen
5.
gemeente Rijssen-Holten, in de woning, gelegen aan [adres 1] , bij een ander, te weten bij [aangever 1] , in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 primair en subsidiair, 4 en 5 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
.
8.De schade van benadeelde
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) jaren;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 4.993,85, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 januari 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 59 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;