Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
4.De bewijsmotivering
ofop
omstreeks24 oktober 2020 te Enschede opzettelijk in een woning (gelegen aan [adres] , onderdeel uitmakend van een appartementencomplex) brand heeft gesticht door met een aansteker
een of meervoorwerpen te weten
onder andereeen ordner en
/of een of meerdere handdoeken, althans een of meerderetextielstukken en
/ofeen net aan te steken,
in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking te brengen met een of meer brandbare stoffen,ten gevolge waarvan
dat/die voorwerpen
geheel ofgedeeltelijk
is/zijn verbrand,
in elk geval brand is ontstaan in die woning,en daarvan gemeen gevaar voor overige in de woning aanwezige goederen en
/ofvoor in de omringende woningen aanwezige goederen,
in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor de in de omringende woningen aanwezige personen, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in de omringende woningen aanwezige personen, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderente duchten was.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
20 (twintig) maanden;
8 (acht) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarden niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als
voorwaarden van rechtswegedat de verdachte:
dadelijk uitvoerbaarzijn;