Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
In deze civiele procedure vordert eiser terugbetaling van een lening van € 1.000 die gedaagde op 18 januari 2016 van hem heeft ontvangen. Gedaagde heeft in 2016 € 280 terugbetaald en in juni 2021 nog € 75, maar het resterende bedrag is niet voldaan ondanks sommaties.
Gedaagde heeft aanvankelijk verweer gevoerd over niet uitbetaalde kerstbonus en gewerkte uren, maar heeft dit verweer in een pleitnota ingetrokken en is niet verschenen bij de mondelinge behandeling. Hierdoor staan de stellingen van eiser onbetwist vast.
De kantonrechter wijst de hoofdsom van € 645 toe met wettelijke rente, maar wijst de vordering tot buitengerechtelijke incassokosten af vanwege onjuiste tariefvermelding. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en nakosten, en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 712,49 plus wettelijke rente en proceskosten wegens niet terugbetalen van lening.