Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij op of omstreeks 28 december 2019 te Zwolle, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 99 XTC-pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDA en/of MDMA en/of MDE, zijnde MDA en/of MDMA en/of MDE en/of ongeveer 7,34 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 28 december 2019 te Zwolle tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1,57 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
in de dagvaarding met parketnummer 08/205330-20 dat:
hij op of omstreeks 28 maart 2020 te Zwolle tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk (een ruit van een) personenauto (Hyundai), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), te weten aan [aangever 3] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
subsidiair althans
,indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 28 maart 2020 te Zwolle, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [aangever 1] en/of [aangever 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, hierin bestaande dat verdachte en/of zijn mededader (met een bivakmuts op) met een hamer, althans een stuk gereedschap, althans een (zwaar) voorwerp op voornoemde [aangever 3] en/of [aangever 2] af is gelopen en/of met die hamer, althans dat stuk gereedschap, althans dat (zware) voorwerp op de (ruit van die) auto, waar voornoemde [aangever 3] en/of [aangever 2] direct achter zat(en), althans waar voornoemde [aangever 3] en/of [aangever 2] zich in bevond(en), in heeft geslagen;
,indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
door (met een bivakmuts op) met een hamer, althans een stuk gereedschap, althans een (zwaar) voorwerp op voornoemde [aangever 3] en/of [aangever 2] af te lopen en door met die hamer, althans dat stuk gereedschap, althans dat (zware) voorwerp op de (ruit van die) auto, waar voornoemde [aangever 3] en/of [aangever 2] direct achter zat(en), althans waar voornoemde [aangever 3] en/of [aangever 2] zich in bevond(en), in te slaan bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 28 maart 2020 te Zwolle opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door (met een bivakmuts op) [medeverdachte 4] te vervoeren.
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
beidemannen ‘politie’ riepen en ten overstaan van de rechter-commissaris heeft zij verklaard dat
iemand‘politie’ riep. Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van deze verklaringen niet zonder meer worden vastgesteld dat verdachte zich op enig moment actief heeft bemoeid met de in het voertuig aanwezige verdovende middelen. Nu onder verdachte zelf geen verdovende middelen zijn aangetroffen en het dossier ook geen andere aanwijzingen voor wetenschap bij verdachte omtrent de aanwezigheid van die verdovende middelen bevat, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden uitgesloten dat verdachte weliswaar aanwezig geweest is in een voertuig van waaruit een drugsdeal plaatsvond, maar dat hij daarbij niet betrokken is geweest. De rechtbank heeft bij haar oordeel betrokken dat verdachte ook in de gevoegde zaak met parketnummer 08/229870-20 niet naar voren komt als handelaar in XTC. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 is tenlastegelegd en zal hem daarvan vrijspreken.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
20 (twintig) maanden;