ECLI:NL:RBOVE:2021:2812
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag aanvullende reiskostenvergoeding
Eiser, werkzaam bij de politie, diende op 9 augustus 2018 een verzoek in voor een aanvullende reiskostenvergoeding. Verweerder nam pas op 28 november 2019 een besluit, na ingebrekestelling op 22 november 2019. Verweerder stelde dat het besluit tijdig was verzonden, maar kon dit niet aannemelijk maken omdat geen registratie van verzending via de postkamer bestond.
De rechtbank oordeelde dat alleen aannemelijk was dat het besluit in de postkamer was gelegd, maar niet dat het daadwerkelijk verzonden was naar eiser. Hierdoor werd aangenomen dat eiser het besluit pas op 6 januari 2020 heeft ontvangen, wat te laat was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en stelde vast dat verweerder een dwangsom van €902,00 verschuldigd is wegens de overschrijding van de beslistermijn. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van €1015,00 en werd het griffierecht van €178,00 aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €902,00 wegens niet tijdig beslissen.