Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
gevestigd aan de Distelvlinder 5, 3734 AA te Den Dolder.
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. D.M. Noordzij en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. H. van Asselt, advocaat te Roosendaal, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
- het aanmaken en onderhouden (waaronder begrepen het "omhoog plaatsen") van seksadvertenties van die [slachtoffer] en
- het maken van afspraken met prostitutieklanten voor die [slachtoffer] en
- het geven van instructies aan die [slachtoffer] met betrekking tot de door die [slachtoffer] te verrichten prostitutiewerkzaamheden en
- het ter beschikking stellen van een (werk)telefoon en lingerie voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer] en
- het verkopen en versturen van seksueel getinte foto’s en filmpje van die [slachtoffer] aan klanten en
- het brengen en begeleiden van die [slachtoffer] bij/naar seksafspraken,
- het bedreigen van die [slachtoffer] en
- het mishandelen, in het bijzijn van anderen, van die [slachtoffer] door haar te slaan en
- het uitoefenen van geweld ten aanzien van een ander in het bijzijn van die [slachtoffer] en
- het creëren van een sfeer van dreiging en intimidatie,
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De vordering tenuitvoerlegging
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
19 (negentien) maanden;
twaalf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van vijf (vijf) jarende navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:
maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperkingals bedoeld in artikel 38z Sr;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 20.000,00te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 november 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 135 dagen kan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
wijst afde
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo van 22 juni 2020 met parketnummer 08-770080-19 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.
mr. C.C.S. Bordenga-Koppes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Koning, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2021.