Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
STICHTING WONINGSTICHTING SWZ,
gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
De Stichting Woningstichting SWZ vorderde in kort geding de ontruiming van een huurwoning die sinds 2005 door [gedaagde] werd bewoond, wegens vermeende ernstige agressie en geluidsoverlast. SWZ baseerde haar vordering vooral op een incident van 15 maart 2021 waarbij [gedaagde] een buurman, tevens huurder, zou hebben mishandeld.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf SWZ aan dat het vooral ging om het agressieve gedrag en niet om de geluidsoverlast. SWZ overlegde een e-mail en een proces-verbaal van de buurman met foto’s van verwondingen. [gedaagde] betwistte de mishandeling en voerde aan dat hij die dag slechts langs de deur van de buurman liep zonder contact. Hij wees erop dat de buurman mogelijk zijn verwondingen elders had opgelopen en dat zij zelfs telefoonnummers hadden uitgewisseld.
De kantonrechter oordeelde dat nader onderzoek nodig is om het agressieve gedrag vast te stellen, wat in een kort geding niet mogelijk is. Daarnaast was het onduidelijk of andere bewoners daadwerkelijk last hadden, en de buurman zou niet terugkeren. Gezien de lange huurperiode zonder andere meldingen en de belangenafweging was onvoldoende aannemelijk dat er sprake was van slecht huurderschap dat ontruiming rechtvaardigt. De vordering werd daarom afgewezen en SWZ werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de huurwoning wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van ernstig agressief gedrag.