Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[gedaagde sub 1], h.o.d.n.
[Bewindvoering], in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
[gedaagde sub 2],
[gedaagde sub 2],
[gedaagde sub 3],
Rechtbank Overijssel
Deze zaak betreft een geschil tussen erfgenamen over de verdeling van een nalatenschap na het overlijden van hun vader in 2014. De woning van de overledene maakt deel uit van de nalatenschap en wordt bewoond door een van de erfgenamen sinds 2015. De eiser, eveneens erfgenaam, vordert dat deze erfgenaam de woning ontruimt zodat de woning verkocht kan worden.
Tijdens de mondelinge behandeling erkent de bewoner dat hij geen recht heeft om in de woning te blijven en stemt hij in met ontruiming uiterlijk 18 augustus 2021. Tevens wordt overeengekomen dat de eiser de woning namens alle erfgenamen zal verkopen via een NVM-makelaar en de noodzakelijke werkzaamheden zal laten verrichten om de verkoop te optimaliseren.
De andere erfgenamen en de bewindvoerder verschijnen niet, maar worden verstek verleend omdat zij geen verweer voeren en naar het oordeel van de rechter instemmen met de vorderingen. De rechtbank veroordeelt de bewoner tot ontruiming en machtigt de eiser tot verkoop en overdracht van de woning namens alle erfgenamen. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De woning moet uiterlijk 18 augustus 2021 worden ontruimd en de eiser wordt gemachtigd tot verkoop namens alle erfgenamen.