ECLI:NL:RBOVE:2021:1664

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
20 april 2021
Publicatiedatum
22 april 2021
Zaaknummer
8985190 \ CV EXPL 21-361
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
  • S.J.S. Groeneveld - Koekkoek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 217 RvArt. 7:628 BWArt. 3.7.2 sub e CAO-Metalelektro
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor voeging CNV aan zijde FNV in geschil over COVID19-convenant en CAO-Metalelektro

In deze civiele procedure vordert de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) dat de kantonrechter bepaalt dat Scania Production Zwolle B.V. met het COVID19-convenant in strijd handelt met de CAO-Metalelektro en artikel 7:628 BW Pro. FNV stelt dat Scania onterecht afspraken maakt over een urenbankregeling met de ondernemingsraad en dat loon over meeruren moet worden betaald.

De vereniging CNV Vakmensen verzoekt in een incident om zich te mogen voegen aan de zijde van FNV in de hoofdzaak, omdat zij partij is bij de CAO-Metalelektro en belang heeft bij een juiste uitleg daarvan. CNV benadrukt dat de uitkomst ook voor haar leden en andere ondernemingen van belang is.

De kantonrechter beoordeelt de voeging aan de hand van artikel 217 Rv Pro en oordeelt dat CNV voldoende belang heeft bij voeging, omdat een ongunstige uitkomst voor FNV ook haar rechtspositie kan beïnvloeden. CNV wordt toegestaan zich te voegen, maar wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De zaak wordt aangehouden tot na het nemen van een conclusie door CNV, waarna verdere behandeling volgt.

Uitkomst: CNV wordt toegestaan zich te voegen aan de zijde van FNV en veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer : 8985190 \ CV EXPL 21-361
Vonnis in incident van 20 april 2021
in de zaak van
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
FEDERATIE NEDERLANDSE VAKBEWEGING (FNV),
gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,
eisende partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident,
hierna te noemen FNV,
gemachtigde: mr. J. van Overdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SCANIA PRODUCTION ZWOLLE B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,
gedaagde partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident,
hierna te noemen Scania,
gemachtigde: mr. A.C. Beijderwellen-Wittekoek
en
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
CNV VAKMENSEN.NL,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen CNV,
gemachtigde: mr. A.T. Chinnoe.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 11 januari 2021;
- de incidentele conclusie tot voeging ex. artikel 217 Rv Pro;
- de incidentele conclusie van antwoord van FNV;
- de incidentele conclusie van antwoord van Scania.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat in het incident vonnis zal worden gewezen.

2.Het geschil

in de hoofdzaak
2.1.
FNV vordert – samengevat – dat de kantonrechter bepaalt dat Scania met het (verlengde) COVID19-convenant in strijd met de CAO-Metalelektro en artikel 7:628 BW Pro handelt, dat artikel 3.7.2. sub e CAO-Metalelektro niet voorziet in de mogelijkheid om met de ondernemingsraad afspraken te maken over een urenbankregeling en de daarbij in acht te nemen maatregelen en arbeidsvoorwaarden, dat Scania het loon over de meeruren moet betalen en dat Scania het COVID19-convenant niet langer toe mag passen en de gevolgen van de toepassing daarvan ongedaan maakt of compenseert.
in het incident
2.2.
CNV vordert dat haar wordt toegestaan zich in de hoofdzaak te mogen voegen aan de zijde van FNV. CNV stelt dat zij belang heeft bij voeging in de hoofdzaak, omdat CNV partij is bij de CAO Metalelektro en dat CNV in die hoedanigheid wenst toe te zien op een correcte uitleg daarvan, namelijk die uitleg die FNV daaraan geeft. De uitkomst van deze zaak is niet alleen van belang voor FNV en Scania, maar ook voor CNV, haar leden en alle ondernemingen op wie de CAO-Metalelektro van toepassing is. Ook bij die andere ondernemingen werken leden van CNV, waarvan CNV de belangen behartigt. Daarmee is ook voor CNV een juiste uitleg van de CAO-Metalelektro van groot belang.
2.3.
FNV meent dat CNV dient te worden toegestaan zich te voegen in de hoofdzaak. Scania refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.

3.De beoordeling

in het incident
3.1.
De vordering tot voeging dient beoordeeld te worden aan de hand van artikel 217 Rv Pro, op grond waarvan een ieder die een belang heeft bij een tussen partijen aanhangig geding, kan vorderen zich daarin te mogen voegen. Voor het aannemen van een belang tot voeging is voldoende dat een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde de derde zich voegt, de rechtspositie van de derde nadelig kan beïnvloeden (ECLI:NL:HR:2008:BC6692). De kantonrechter is van oordeel dat de incidentele vordering tot voeging van CNV moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en tevens niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.
3.2.
CNV zal worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van FNV en Scania worden begroot op nihil, nu zij in het incident geen verweer hebben gevoerd.
in de hoofdzaak
3.3.
De kantonrechter zal bepalen dat de zaak weer op de rol zal komen van
dinsdag 18 mei 2021voor het nemen van een conclusie door CNV. Daarna zal de zaak op de rol komen voor conclusie van antwoord aan de zijde van Scania.

4.De beslissing

De kantonrechter
in het incident
4.1.
staat CNV toe zich in de hoofdzaak aan de zijde van FNV te voegen;
4.2.
veroordeelt CNV in de proceskosten van dit incident, aan de zijde van FNV en Scania begroot op nihil;
in de hoofdzaak
4.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
dinsdag 18 mei 2021voor het nemen van een conclusie door CNV;
4.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2021.