Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. L. van Kooten en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. C.E. Hok-A-Hin, advocaat in Utrecht, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
(ongeveer) 56, althans meerdere stuks Flowerbeds/Batterij Enkelschotsbuizen, bestaande uit
(ongeveer) 60, althans meerdere stuks Romeinse kaarsen, bestaande uit
heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad (aan de [adres 2] ) en/of tot ontbranding heeft gebracht;
(ongeveer) 56, althans meerdere stuks Flowerbeds/Batterij Enkelschotsbuizen, bestaande uit
(ongeveer) 60, althans meerdere stuks Romeinse kaarsen, bestaande uit
heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad (aan de [adres 2] ) en/of aan een ander ter beschikking heeft gesteld;
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
[medeverdachte 1] of [medeverdachte 1] handelt in illegaal vuurwerk. De bus, een Mercedes Sprinter, waar het vuurwerk mee vervoert wordt heeft kenteken [kenteken 1] . Deze bus rijdt veel in Enschede en staat vaak geparkeerd aan de Haaksbergerstraat in Usselo; komend vanaf Enschede, vlak voor de afslag Boekelo aan de rechterkant. Mogelijk maakt hij gebruik van een opslag in Duitsland. [medeverdachte 1] of [medeverdachte 1] maakt gebruik van 2 telefoons. Eén wordt mogelijk speciaal gebruikt voor vuurwerkbestellingen.'
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
het medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
het medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;
gevangenisstrafvoor de duur van
22 (tweeëntwintig) maanden;
10 (tien) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
mr. J. Wentink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I. Potgieter, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 april 2021.