Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
(primair)dan wel hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
(subsidiair)door hem in zijn kuit te schieten.
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
sole or decisive witnessdie zich bij de rechter-commissaris op zijn verschoningsrecht heeft beroepen, met als gevolg dat de verdediging haar ondervragingsrecht niet heeft kunnen uitoefenen. Als gevolg hiervan dient zijn verklaring te worden uitgesloten van het bewijs.
sole) bewijs tegen verdachte en evenmin, hoewel van belang, niet
decisive.
gezienen evenmin dat het een
zilvergrijs wapen betrof. Kern van zijn voor het bewijs relevante verklaring is dat hij de man, die door [medeverdachte] als verdachte is aangewezen, met een nektasje met daarin een wapen de woning van [slachtoffer] heeft zien binnengaan.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
poging tot doodslag.
wederrechtelijkeaanranding. Daarvan was gelet op de aanval van verdachte geen sprake.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
Reclasseringsonderzoek
8.De schade van benadeelde
€ 2.000,-- te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 26 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank acht dit bedrag redelijk en billijk, gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het feit is begaan en aansluitend bij wat in vergelijkbare gevallen in andere zaken is toegewezen.
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
poging tot doodslag;
gevangenisstrafvoor de duur van
tweeënveertig (42) maanden;
€ 3.583,93 (drieduizendvijfhonderdendrieëntachtig euro en drieënnegentig eurocent)te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 26 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.583,93 (drieduizendvijfhonderdendrieëntachtig euro en drieënnegentig eurocent)te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
45 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige in de vordering met betrekking tot de materiële schade niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst af het meer of anders gevorderde met betrekking tot de immateriële schade.