ECLI:NL:RBOVE:2021:116
Rechtbank Overijssel
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting bedrijfspand wegens drugslab
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester van Twenterand om haar bedrijfspand voor twaalf maanden te sluiten na de vondst van een professioneel drugslab in een deel van het pand. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de sluiting op te schorten.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed, bijvoorbeeld bij dreiging van een onomkeerbare situatie. Verzoekster stelde financieel nadeel te lijden door het derven van huurinkomsten en wilde het pand opnieuw verhuren, maar dit financiële belang is op zichzelf geen reden voor spoedeisendheid.
Daarnaast bleek dat de huurder die het pand wilde gebruiken zich had teruggetrokken vanwege de sluiting en dat verzoekster eigenaar is van meerdere panden, zodat geen acute financiële nood of faillissement dreigt. Ook het voorkomen van leegstand en verpaupering werd niet als spoedeisend belang erkend.
De voorzieningenrechter concludeerde dat geen spoedeisend belang bestaat en dat het primaire besluit niet evident onrechtmatig is. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het bedrijfspand wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.