Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3. De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
of omstreeks9 november 2019, te Hengelo (O), een persoon, genaamd [slachtoffer] , heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht
en/of met zware mishandeling, door
een ofmeermalen
(gericht
)met een vuurwapen door de ruit van een
(voor
)deur
(van een woning, gelegen aan [adres 2] ) - welke
(voor
)deur voornoemde [slachtoffer] kort daarvoor had gesloten te schieten
, althans feitelijkhe(i)d(en) van gelijke dreigende aard of strekking;
of omstreeks9 november 2019, te Hengelo(O), althans
(in ieder geval)in Nederland,
/ofmunitie van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen, van het merk/type Cz Vzor-70, kaliber 7.65 mm Browning, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en
/ofmunitie, kaliber 7.65 mm Browning (merk GFL (Fiocchi)), zijnde munitie in de vorm van
een of meerkogelpatronen, voorhanden heeft gehad;
of omstreeks24 januari 2018 te Deventer, opzettelijk heeft verkocht en
/of afgeleverd en
/ofverstrekt en
/ofvervoerd,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 2,46 gram,
in elk geval een hoeveelheidvan een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit onder parketnummer 08.268553.19 tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.087,80,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 november 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 21 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;