Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2020:917

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
7 februari 2020
Publicatiedatum
3 maart 2020
Zaaknummer
C/08/243482 / FA RK 20-237
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArt. 3:3 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Overijssel behandelde op 7 februari 2020 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel ingevolge artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. Betrokkene vertoonde ernstig gedesorganiseerd gedrag en was niet stabiel genoeg om naar huis te kunnen, mede door gebrek aan ziekte-inzicht en het risico op stoppen met medicatie en alcoholgebruik.

Tijdens de mondelinge behandeling waren betrokkene, haar advocaat en twee psychiaters aanwezig. De rechtbank stelde vast dat er sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel en gevaar voor de veiligheid van betrokkene en anderen. De crisismaatregel was noodzakelijk om dit nadeel af te wenden, en minder bezwarende alternatieven ontbraken.

De voorgestelde verplichte zorg werd als evenredig en naar verwachting effectief beoordeeld. De rechtbank verleende daarom de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor een periode van drie weken, tot en met 28 februari 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Familierecht en Jeugdrecht
Locatie: Almelo
Zaaknummer: C/08/243482 / FA RK 20-237
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 7 februari 2020van de rechtbank Overijssel naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] , [geboorteplaats]
wonende te [adres] , [woonplaats] ,
thans verblijvende bij [naam instelling] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. E.E. Rietveld te Haarle.

1.Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 4 februari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 3 februari 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d. 3 februari 2020
  • de medische verklaring d.d. 3 februari 2020;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet Bijzondere opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuis en de Wvggz;
  • de relevante politiegegeven en justitiële gegevens.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 februari, in het gebouw van [naam instelling] .
1.3.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat,
  • mevrouw [A] , (klinisch) psychiater, en
  • de heer [B] , (ambulant) psychiater.
1.4.
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet ter zitting verschenen.

2.Beoordeling

2.1
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is, levensgevaar, ernstige verwaarlozing en de bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat zij onder invloed van een ander raakt.
Door de (klinisch) psychiater is verteld dat betrokkene gedesorganiseerd is in denken. Zij heeft geen ziekte-inzicht. Daarbij komt dat betrokkene op de afdeling een brandende sigarettenpeuk in haar tas heeft gestopt. Zij was op dat moment niet te corrigeren in haar gedrag waardoor zij fysiek agressief is geweest richting de verpleging. Zij heeft korte tijd in de ICU doorgebracht. Op dit moment zal de behandeling erop gericht zijn betrokkene in te stellen op medicatie en haar zo goed mogelijk buiten de kliniek te laten functioneren. Op dit moment slikt betrokkene Lorazepam en antidepressiva onder drang. Daarnaast krijgt ze antipsychotica in de vorm van een depot. Deze medicaties zijn nodig om de stemming van betrokkene te laten stabiliseren. Betrokkene laat zich iets meer aansturen en houdt zich aan de afspraken maar betrokkene is nog niet voldoende gestabiliseerd om naar huis te kunnen. Zij heeft haar gedrag op dit moment binnen de kaders van de gesloten setting onder controle. Echter, de verwachting bestaat dat als betrokkene nu naar huis gaat, dat zij weer zal stoppen met de medicijnen, zij weer alcohol zal nuttigen en het ernstig nadeel zich onmiddellijk weer zal manifesteren vanwege gebrek aan ziektebesef.
2.2
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.3
De rechtbank is van oordeel dat de in het verzoekschrift genoemde zorg, te weten:
  • toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • opnemen in een accommodatie
noodzakelijk is om het nadeel af te wenden. Gelet op het overwogene in r.o. 2.1 en hetgeen betrokkene ter zitting heeft verklaard, heeft de rechtbank er op dit moment nog onvoldoende vertrouwen in dat betrokkene haar medicatie thuis zal blijven innemen en dat zij geen alcohol zal nuttigen. Zij gaat daarom niet mee in de conclusie van de advocaat dat het verzoek afgewezen dient te worden. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.4
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief (artikel 3:3 WvGGZ Pro). Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.5
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] , [geboorteplaats] ;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 28 februari 2020.
Deze beschikking is op 7 februari 2020 mondeling gegeven door mr. A. Flos, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door A.S. Özsüren als griffier, en op 14 februari 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.