Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
“doorzoek zijn zakken.”Aangever voelde dat verdachte zijn beide armen tegen de muur drukte en voelde dat [medeverdachte] een mes tegen zijn keel drukte. Aangever heeft verklaard dat [medeverdachte] tegen hem riep:
“waar heb je dat geld nou?”Aangever heeft daarop gezegd dat hij zijn portemonnee in zijn linker broekzak had. Vervolgens heeft hij verklaard dat [medeverdachte] de portemonnee uit zijn broekzak heeft gepakt, het geld eruit heeft geschud en vervolgens weer het mes tegen zijn keel drukte en riep:
“is dit alles dan, is dit alles dan?”Vervolgens riep [medeverdachte] , terwijl het mes nog steeds op de kaak van aangever lag:
“meekomen jij naar de bank, je gaat 100 euro bij pinnen.”Aangever heeft verklaard dat hij heeft gezegd dat hij zou meegaan om te pinnen en dat verdachten het geld uit de portemonnee mochten houden. Vervolgens is hij buiten zo snel mogelijk weggerend. Aangever heeft het mes omschreven als een soort klapmes dat je kan vouwen, met een bruin handvat en een vlak lemmet met een punt eraan. [2]
“hier heb je een mes voor de zekerheid.” [4] [getuige 3] heeft de volgende dag nog aanvullend verklaard dat aangever toen hij binnenkwam meteen door [medeverdachte] tegen de muur werd gedrukt en dat [medeverdachte] dreigde dat aangever moest betalen. [5] Ook getuige [getuige 4] heeft verklaard dat [medeverdachte] meteen agressief werd en zei dat aangever moest betalen voor het raampje. Zij heeft verklaard dat aangever heeft gezegd dat hij wel wilde betalen en geld aan [medeverdachte] gaf. Ook heeft zij verklaard dat verdachte een mes uit zijn zak haalde en dat heeft gegeven aan [medeverdachte] . [6] Verder bevindt zich in het dossier de verklaring van getuige [getuige 1] (hierna: [getuige 1] ), de buurman van [medeverdachte] , die heeft verklaard dat hij zag dat aangever erg bang was, tegen de muur werd gedrukt door beide verdachten en dat aan aangever werd gevraagd door [medeverdachte] of hij geld bij zich had. [getuige 1] hoorde verdachte zeggen dat het niet genoeg was en dat aangever mee moest naar de bank om te pinnen. Vervolgens zag hij dat verdachte een mes uit zijn broek pakte en dat aan [medeverdachte] gaf, waarna [medeverdachte] achter aangever aanrende. [7]
“hier heb je een mes voor de zekerheid.”Vervolgens was verdachte degene die zei dat het niet genoeg was en aangever naar de bank moest om meer geld te pinnen.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De vordering tenuitvoerlegging
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) maanden;