Het college van burgemeester en wethouders van Twenterand verleende een omgevingsvergunning aan Pluimveebedrijf [naam 1] voor het vervangen van de stalinrichting en het houden van 15.000 biologische legkippen. Stichting Leefbaar Buitengebied en anderen maakten bezwaar tegen dit besluit en stelden beroep in bij de rechtbank.
De eisers voerden aan dat de vergunning onrechtmatig was omdat natuurvergunningen op grond van de Wet natuurbescherming waren vernietigd, niet alle activiteiten waren betrokken bij de vergunning, en dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan. De rechtbank oordeelde dat de natuurvergunningen buiten het beoordelingskader van deze procedure vielen en dat het college terecht het bezwaar ongegrond had verklaard.
Verder stelde de rechtbank vast dat de ontsluitingsweg en uitloopweide terecht buiten de milieubeoordeling waren gehouden, dat het bestemmingsplan geen afstandsregels bevatte die het gebruik van de uitloopweide belemmeren, en dat het gaashek geen onderdeel was van de vergunning. Nieuwe beroepsgronden over waterwetgeving en uitgebreide voorbereidingsprocedure werden niet in behandeling genomen wegens te late indiening.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit in stand kon blijven en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.