Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
5.De schade van benadeelden
De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot vergoeding van materiële schade van € 6.572,69, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
6.De beslissing
schadevergoeding
niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.