Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
handvan de dader. Ook de beschrijving van de kleding van de dader door aangevers komt overeen met kleding die later in de woning van verdachte is aangetroffen.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De vordering tenuitvoerlegging
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden;
12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarden niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit en tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 134,--,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2019 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat
gijzelingvoor de duur van
2 dagenkan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
een deelvan € 10,--
niet-ontvankelijkis in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de politierechter te Zwolle van 17 april 2019 met parketnummer 08-040265-18 voorwaardelijk opgelegde
gevangenisstrafvoor de duur van
30 dagen.
me niet aan en die toon ook niet''. Na ongeveer een 15 minuten kwam de jongen terug. Wij zaten toen nog steeds op hetzelfde bankje. Ik zag toen dat hij naar ons toe kwam lopen. Het was op dat moment donker en er was geen verlichting bij het bankje. [slachtoffer 2] had op dat moment zijn telefoon vast om met de flitslamp hiervan te zoeken naar een onderdeel van de aansteker die ergens op de grond lag. [naam 1] en ik waren ook met hem mee aan het kijken. Ik zag toen dat [slachtoffer 2] in het gezicht van de jongen scheen met het licht. Ik zag dat de jongen toen alleen was. Het meisje was niet meer bij hem. Ik hoorde direct dat hij zei: ''haal dat licht uit mijn ogen, schijn niet in mijn gezicht''. Vanaf het moment dat hij aan kwam lopen zag ik dat hij iets wits in zijn rechterhand vast had. Ik kon niet zien wat dit was omdat hij dit in zijn zij hield en achter zijn rug. Ik zag toen dat hij tegenover [naam 1] ging staan met zijn gezicht kort voor het gezicht van [naam 1] . [naam 1] zat rechts van mij en [slachtoffer 2] zat tussen [naam 1] en mij in. Ik denk dat er ongeveer 10 centimeter afstand tussen hun gezichten zat. [naam 1] en de jongen hebben nog wat tegen elkaar gezegd toen maar wat precies dat weet ik niet meer. De jongen zei iets in de trant van wat heb je nou of wat moet je nou. Hij probeerde [naam 1] uit te dagen. Ik zag toen dat hij een mes in zijn rechterhand had. Ik kon dit zien omdat het mes wit van kleur. Het lemmet was wit en het handvat was ook wit. Ik zag dat het een soort slagersmes was met een rechthoekig lemmet. Een soort hakmes. Ik zag dat er aan de snijkant van het mes gaten zaten. Deze gaten waren druppelvormig. Ik zag dat het lemmet ongeveer 20 centimeter lang was. Ik zag toen dat de jongen het mes voor de linker wang van [naam 1] hield. Dit was ter hoogte van het jukbeen. Hij hield het mes er net voor. Ik hoorde dat hij zei: ''wil je het voelen? Het is een echt mes''. Ik hoorde toen dat hij zei dat er mensen in het park zouden zitten die zijn broertje bedreigd hadden. Deze mensen zouden uit de IJssel komen. Ik hoorde dat hij steeds aan ons vroeg waar we vandaan kwamen. Wij ontkenden dat wij iemand hadden bedreigd en gaven aan dat we hem niet kenden en hier ook niets van af wisten. Ik zag toen dat hij het mes ook kort voor mijn rechter jukbeen hield. Ik voelde mij hier heel erg door bedreigd. Ik werd hier erg bang van. Ik wilde wel wat doen maar ik dacht dat hij misschien wel onder invloed van drugs was. Daardoor wist ik niet waartoe hij in staat was. Ik dacht dat hij onder invloed was gezien zijn gedrag. Hij en het mes hebben mij niet aangeraakt. Ook heeft hij het mes voor het gezicht van [slachtoffer 2] gehouden. Ik weet alleen niet goed meer of hij dit eerst bij mij deed of eerst bij [slachtoffer 2] . Ik merkte toen dat hij dit op een gegeven moment een beetje losliet omdat wij bleven volhouden dat we van niets wisten. Ik hoorde toen dat hij zei: ''ik wil jullie cash''. Wij gaven aan dat we niets bij ons hadden. Hij gaf ook niet aan dat we onze zakken moesten leegmaken dus hij controleerde ons ook niet. Hij geloofde dat wij niets bij ons hadden. Ik hoorde toen dat [slachtoffer 2] zei dat hij wel naar zijn huis kon lopen om geld te halen. Dit was namelijk heel dichtbij. De jongen vroeg toen op agressieve toon: ''Hoe kan ik jou nu vertrouwen? [slachtoffer 2] zei toen dat hij ''real'' met hem was. De jongen geloofde dit en zei toen tegen ons allemaal: ''ga maar en loop maar voor mij uit. En niet achterom kijken want dan gaan er dingen gebeuren''. Verder zei hij niets. Wij zijn toen rustig opgestaan en met ons drieën voor hem uit gelopen. Ik zag dat hij achter ons liep. Ik zag dat hij het mes nog steeds in zijn handen had. Ik zag dat hij ongeveer 2 meter tot 3 meter achter ons bleef lopen. We zijn toen rustig het park uitgelopen. Dit duurde maximaal 5 minuten. We kamen toen uit bij het water. Niet op de weg zelf maar op het pad naast de weg langs het water. Omdat de afstand tussen de jongen en ons steeds groter werd hebben zacht kunnen bespreken onderling dat we het op een rennen zouden gaan zetten. [naam 1] telde toen
zacht af en rende toen hard weg. [slachtoffer 2] en ik bleven toen nog rustig lopen. De jongen kwam toen sneller dichterbij ons. Ik hoorde dat hij verward vroeg:'' Waar ga je nou heen''. Vervolgens tikte [slachtoffer 2] mij aan en toen hebben wij het op een rennen gezet. Terwijl ik aan het rennen was keek ik achterom en zag dat de jongen achter ons aan rende en dat hij met mes aan het zwaaien was.
Nadat ik het shaggie had gedraaid moesten we onze spullen afgeven. De jongen met de witte hoodie zei tegen me dat hij mijn tasje wilde en dat ik alles er uit moest halen. Ik heb toen alles uit mijn tasje gehaald en in mijn jas gedaan. Daarna heb ik hem min tasje gegeven. Daarna zei hij tegen mij dat hij mijn JBL box wilde hebben. Ik heb eerst gezegd dat ik deze niet wilde geven maar nadat hij nog een keer zei dat hij hem wilde hebben en dat er problemen zouden komen als ik hem niet af zou geven, heb ik hem toch afgegeven. Ik kan de jongens als volgt omschrijven. Ze droegen beide de capuchon op het hoofd en ook redelijk strak aangetrokken met de veter:
Witte hoodie
Donkere bodywarmer
Geblokte donkere pet. Mogelijk Louis Vuitton
naar eigen zeggen 23
ongeveer 1.70/1.75 lang
slank postuur
U vraagt mij of ik de jongen kan omschrijven die met mij naar de pinautomaat liep:
- Ik ben ongeveer 190 lang en de jongen kwam tot mijn schouder;
- Hij droeg een witte hoodie. Hij had zijn capuchon op met daaronder een pet;
- De pet was bruin met licht bruin; volgens mij een Louis Vuitton pet;
- Over zijn witte hoodie droeg hij een zwarte jas of bodywarmer achtig iets;
- Zij kleding was donker kleurig;
- Hij praatte als een wannabe Turk. Daarmee bedoel ik dat hij Nederlands sprak met een accent, met een slang.
- Het mes wat hij bij zich had, was een schuifmes. Als je hem uit klikt, zit er een schuif waarmee je hem aan de broek kan hangen. Uitgeklapt schat ik de mes 7 cm.