Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
- in die salarisspecificatie(s) was vermeld dat die [medeverdachte 1] en/of die [verdachte] op basis van de daarin vermelde arbeidsverhouding het daarin vermelde salaris hadden ontvangen, en/of
- in die werkgeversverklaring(en) was vermeld dat die [medeverdachte 1] en/of die [verdachte] een dienstbetrekking hadden bij de in die werkgeversverklaring(en) vermelde werkgever(s), en/of
- in die offerte(s) was vermeld dat die [medeverdachte 1] en/of die [verdachte] zelf de woning aan [adres 1] te Nijensleek zou(den) (gaan) bewonen, en/of
- in dat afschrift van een rekeningafschrift was vermeld dat er voldoende gelden beschikbaar waren voor een verbouwing en/of
- in die (digitale) aanvraag met betrekking tot die [medeverdachte 1] was aangegeven dat zij nooit was gescheiden/nooit een geregistreerd partnerschap had beëindigd en/of met betrekking tot die [verdachte] was aangegeven dat hij geen DGA was en/of dat geen sprake was van lopende verplichtingen, en/of dat zij die woning als primaire woning zouden gaan gebruiken,
(een) ingescand(e) afschrift(en) van een of meer stortingen (van € 1.000,- en/of € 1800,- en/of € 2.000,- en/of andere bedragen) afkomstig van [bedrijf 2] BV en/of [getuige 1] op een bankrekeningnummer ten name van [medeverdachte 1] o.v.v. salaris/loon waaruit zou moeten blijken dat [verdachte] en/of [medeverdachte 1] in loondienst werkzaam is/zijn geweest (bijlagen 13 en 14 bij de aangifte van de ING-Bank, p. 1659 en 1660), en/of
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van voorwerpen, te weten
gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt.
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
- in die salarisspecificaties was vermeld dat die [medeverdachte 1] en die [verdachte] op basis van de daarin vermelde arbeidsverhouding het daarin vermelde salaris hadden ontvangen, en;
- in die werkgeversverklaringen was vermeld dat die [medeverdachte 1] en die [verdachte] een dienstbetrekking hadden bij de in die werkgeversverklaringen vermelde werkgevers, en;
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden;
6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;