Uitspraak
[verzoeker] ,
Het procesverloop
De beoordeling
- € 1.421,93, ontstaan op 1 december 2017,
- € 4.920,82, eveneens ontstaan op 1 december 2017, en
- € 55.679,03, ontstaan op 24 november 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van een alleenstaande man met een Wajong-uitkering om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De totale schuldenlast bedroeg ruim €62.000, grotendeels bestaande uit vorderingen van Beter Wonen wegens vernielingen aan zijn huurwoning en het verstoren van een verduurzamingsproject.
Tijdens de zitting verklaarde de schuldenaar dat hij alleen schulden had aan Beter Wonen en dat hij zich onrechtvaardig behandeld voelde. Hij gaf toe vernielingen te hebben gepleegd, wat ook leidde tot een strafrechtelijke veroordeling voor een taakstraf. De beschermingsbewindvoerder bevestigde dat het bewind naar behoren verliep en dat de financiële situatie stabiel was.
De rechtbank oordeelde dat de schulden niet te goeder trouw waren ontstaan, aangezien zij voortkomen uit vernielingen gepleegd binnen vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat de schuldenaar geen beroep daarop deed en geen bestendige gedragsverandering had aangetoond. De rechtbank concludeerde dat het verzoek daarom moest worden afgewezen op grond van artikel 288 lid 1 sub b Faillissementswet Pro.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden door vernielingen.