Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
LE CAT B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Purmerend,
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
In deze civiele zaak vordert Le Cat betaling van vier consumentenkredieten die zijn aangegaan door [A] en [B], destijds gehuwd met uitsluiting van gemeenschap van goederen. De leningen zijn inmiddels opeisbaar en onbetaald gebleven. Le Cat vordert betaling van de hoofdsom, contractuele rente tot opeisbaarheid en buitengerechtelijke kosten. [A] erkent de hoofdsom, maar betwist de buitengerechtelijke kosten.
Daarnaast vordert [A] in een vrijwaringszaak dat [B], zijn ex-echtgenote, hoofdelijk aansprakelijk wordt gesteld voor de schulden en dat zij beiden intern voor de helft draagplichtig zijn. [B] betwist dit en stelt dat de lening door [A] is aangegaan en dat zij slechts beperkt gebruik heeft gemaakt van het geleende geld.
De rechtbank oordeelt dat de Wet op het consumentenkrediet van toepassing is en dat Le Cat recht heeft op betaling van de hoofdsom en de contractuele rente tot de opeisbaarheidsdatum, maar niet op de gevorderde vertragingsrente of buitengerechtelijke kosten. Verder wordt vastgesteld dat [A] en [B] hoofdelijk aansprakelijk zijn jegens Le Cat en dat zij onderling ieder voor de helft draagplichtig zijn, mede gelet op hun huwelijkse voorwaarden en de omstandigheden van het geval.
De rechtbank veroordeelt [A] tot betaling aan Le Cat van €10.500 plus rente tot opeisbaarheid en proceskosten. Tevens wordt [B] veroordeeld tot betaling aan [A] van het bedrag dat hij meer betaalt dan zijn aandeel, met wettelijke rente. De proceskosten tussen [A] en [B] worden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [A] tot betaling van de consumentenkredieten aan Le Cat en stelt vast dat [A] en [B] hoofdelijk aansprakelijk zijn met een gelijke interne draagplicht.