Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
- of er sprake is van seksueel binnendringen;
- of aangeefster op het moment van het verrichten van de seksuele handelingen in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde en zo ja
- of verdachte wist dat aangeefster zich in een dergelijke toestand bevond.
onvolkomen in staat was om haar wil te bepalen of kenbaar te maken of weerstand te bieden. Echter ziet deze laatste passage in de tenlastelegging gelet op de tekst van artikel 243 van Pro het Wetboek van Strafrecht (Sr) niet op de in dat artikel genoemde “staat van verminderd bewustzijn”, maar op de “gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens”.
Dit bestanddeel is ten onrechte in de tenlastelegging opgenomen.Het bestanddeel kan in de onderhavige casus wel bewezen worden, maar maakt geen onderdeel uit van het strafbare feit zoals de officier van justitie dat heeft bedoeld ten laste te leggen.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden;
8 (acht) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte:
[aangeefster]van een bedrag van
€ 2.625,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 april 2018;
[aangeefster]voor wat betreft het meer gevorderde
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.625,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 april 2018 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 31 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;