Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
[aangever 4]is op 11 maart 2016 via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [alias 1 verdachte] (adres: [adres 1] ) noemde en een kopie van zijn identiteitsbewijs naar [aangever 4] gestuurd heeft. [aangever 4] heeft € 250,-- overgemaakt naar bankrekening [rekeningnummer 2] op naam van [naam 1] (dat zou een collega van [alias 1 verdachte] zijn), als aanbetaling voor een formaatzaag die hij niet ontvangen heeft. In het appverkeer is door de persoon die zich [alias 1 verdachte] noemde in eerste instantie bankrekening [rekeningnummer 1] genoemd. Deze bankrekening stond op naam van [restaurant 1] en is geopend door [verdachte] .
[aangever 1]is op 12 maart 2016 via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [alias 1 verdachte] (adres: [adres 2] ) noemde. Deze persoon heeft (een deel van) een paspoort op naam van [alias 1 verdachte] naar [aangever 1] geappt. Daarop heeft [aangever 1] € 250,-- overgemaakt op bankrekening [rekeningnummer 1] , als voorschot voor een Samsung telefoon. Deze telefoon is niet geleverd.
[aangever 2]is op 16 maart 2016 via WhatsApp eveneens benaderd door een persoon die zich [alias 1 verdachte] (adres: [adres 2] ) noemde. [aangever 2] heeft een bedrag van € 35,-- overgemaakt naar bankrekening [rekeningnummer 1] , als betaling voor [winkel] zegels. Deze zegels heeft [aangever 2] niet ontvangen.
[aangever 3]via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [alias 2 verdachte] noemde (adres: [adres 3] ). [aangever 3] heeft € 105,-- overgemaakt naar bankrekening [rekeningnummer 1] , als betaling voor een hoverboard die zij niet ontvangen heeft.
[aangever 5]is vervolgens op 10 april 2016 via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam 2] (adres: [adres 4] ) noemde. Deze persoon heeft (een deel van) een paspoort op naam van [naam 2] naar [aangever 5] geappt en heeft [aangever 5] gevraagd om een foto van diens ID-kaart en bankpas terug te sturen. [aangever 5] heeft op instructie van de persoon die zich [naam 2] noemde inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan die persoon doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door die persoon (voor een trommel) zou bevestigen. Vervolgens is op 11 april 2016 € 500,-- van de rekening van [aangever 5] overgeboekt naar bankrekening [rekeningnummer 3] ten name van [alias 3 verdachte] . Dit bedrag is dezelfde dag bij een geldautomaat gepind door een persoon die aan het litteken op zijn gezicht en aan het trainingspak dat hij droeg, herkend is als verdachte [verdachte] .
[aangever 6]is op 24 april 2016 via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [aangever 38] (adres: [adres 5] ) noemde. [aangever 6] heeft op aanwijzing van die persoon een kopie van zijn ID-kaart en bankpas verstrekt en vervolgens heeft hij inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door die persoon (voor een koptelefoon) zou bevestigen.
[aangever 27]is op 28 april 2016 via WhatsApp eveneens benaderd door een persoon die zich [aangever 38] (adres: [adres 5] ) noemde. [aangever 27] heeft op instructie van die persoon een IPhone in zijn ING bankierenomgeving geactiveerd. Vervolgens heeft [aangever 27] inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door die persoon (voor een drietal coincards) zou bevestigen.
[aangever 8]een WhatsApp-bericht ontvangen van [alias 5 verdachte] , die reageerde op een advertentie van [aangever 8] op Marktplaats waarin zij een blokfluit te koop aanbood. Nadat beide partijen een aantal dagen later een verkoopprijs overeengekomen waren heeft [alias 5 verdachte] haar een foto van een identiteitsbewijs op naam van [alias 5 verdachte] gestuurd. [aangever 8] heeft op verzoek van [alias 5 verdachte] een foto van haar bankpas naar hem gestuurd en het pasnummer aan hem doorgegeven. Vervolgens heeft [aangever 8] de inlog- en transactiecodes van haar bankrekening aan [alias 5 verdachte] doorgegeven, waarmee zij de ontvangst van een overboeking door [alias 5 verdachte] zou bevestigen. [alias 5 verdachte] heeft op 5 december 2016 meerdere malen naar [aangever 8] gebeld om haar uit te leggen welke codes ze moest doorgeven. In die gesprekken heeft hij zich telkens voorgesteld als ‘ [alias 5 verdachte] ’. Het telefoonnummer waarmee naar [aangever 8] is gebeld is [telefoonnummer 7] en [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer was.
[aangever 7]heeft op 24 november 2016 een WhatsApp-bericht ontvangen van [alias 5 verdachte] , die reageerde op een advertentie van [aangever 7] waarin hij een dwarsfluit te koop aanbood. Ook hier werd een verkoopprijs overeengekomen. [alias 5 verdachte] heeft – naast een foto van een identiteitskaart van [aangever 34] – een foto van de bankpas op naam van [naam 4] (dat zou de vrouw van [alias 5 verdachte] zijn) naar [aangever 7] gestuurd. [aangever 7] heeft op aanwijzing van [alias 5 verdachte] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [alias 5 verdachte] zou bevestigen.
[aangever 30]is op 28 november 2016 benaderd door [alias 5 verdachte] , die belangstelling toonde voor een door [aangever 30] op Marktplaats te koop aangeboden DVD recorder. [alias 5 verdachte] heeft een foto van de bankpas op naam van [naam 5] (dat zou de vrouw van [alias 5 verdachte] zijn) naar [aangever 30] gestuurd. [aangever 30] heeft op aanwijzing van [alias 5 verdachte] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bank-rekening doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [alias 5 verdachte] (voor de DVD recorder) zou bevestigen.
[aangever 10]is op 1 december 2016 via WhatsApp benaderd door [alias 5 verdachte] . Die heeft hem een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] (dat zou de vrouw van [alias 5 verdachte] zijn) gestuurd. [aangever 10] heeft op aanwijzing van [alias 5 verdachte] een foto van zijn bankpas gestuurd en vervolgens de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [alias 5 verdachte] (voor een fototas) zou bevestigen.
[aangever 11]heeft op 3 december 2016 een WhatsApp-bericht ontvangen van [alias 5 verdachte] , die reageerde op een advertentie van [aangever 11] op Marktplaats waarin zij een filmcamera te koop aanbood. [alias 5 verdachte] heeft haar een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] (dat zou de vrouw van [alias 5 verdachte] zijn) gestuurd. [aangever 11] heeft op haar beurt op verzoek van [alias 5 verdachte] een foto van haar bankpas naar hem gestuurd en de inlog- en transactiecodes van haar bankrekening aan hem doorgegeven, waarmee zij de ontvangst van een overboeking door [alias 5 verdachte] voor de filmcamera zou bevestigen. [alias 5 verdachte] heeft op 3 december 2016 naar [aangever 11] gebeld over die bevestiging. In dat gesprek heeft hij zich voorgesteld als ‘ [alias 5 verdachte] ’. Het telefoonnummer waarmee naar [aangever 11] is gebeld is [telefoonnummer 7] (het nummer waarvan [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer was).
[aangever 9]via WhatsApp benaderd door [alias 5 verdachte] , die reageerde op een advertentie van [aangever 9] waarin hij een saxofoon te koop aanbood. [alias 5 verdachte] heeft ook aan hem een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] (dat zou de vrouw van [alias 5 verdachte] zijn) gestuurd. [aangever 9] heeft op aanwijzing van [alias 5 verdachte] een foto van zijn bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [alias 5 verdachte] zou bevestigen. Vervolgens is op 4 december 2016 in totaal € 3.406,95 van de rekening van [aangever 9] overgeboekt naar de rekening [rekeningnummer 9] ten name van [naam 7] .
[aangever 31]is op 4 december 2016 via WhatsApp benaderd door [aangever 34] . Nadat beide partijen tot overeenstemming waren gekomen over de verkoop van een radio door [aangever 31] aan [aangever 34] , heeft zij een kopie van haar rijbewijs en bankpas gestuurd. Vervolgens heeft [aangever 31] op instructie van die persoon een Iphone in haar ING bankieren-omgeving geactiveerd en de inlog- en transactiecodes van haar bankrekening aan [alias 5 verdachte] doorgegeven, waarmee zij de ontvangst van een overboeking door [alias 5 verdachte] voor de radio zou bevestigen. Op 4 december 2016 is van de rekening van [aangever 31] in totaal € 787,-- overgeboekt naar een rekening van TakeAway, voor een aantal afhaalmaaltijden en blikjes Red Bull.
[aangever 21]is op 8 december 2016 via WhatsApp benaderd door [alias 5 verdachte] . [alias 5 verdachte] heeft hem een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] (dat zou een zakelijke rekening van [alias 5 verdachte] zijn) gestuurd. [aangever 21] heeft op aanwijzing van [alias 5 verdachte] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [alias 5 verdachte] (voor een filmcamera) zou bevestigen.
[aangever 12]heeft op 10 december 2016 een WhatsApp-bericht ontvangen van [alias 5 verdachte] , die reageerde op een advertentie van [aangever 12] voor een telescoop. [alias 5 verdachte] heeft ook aan hem een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] (dat zou de vrouw van [alias 5 verdachte] zijn) gestuurd. [aangever 12] heeft op aanwijzing van [alias 5 verdachte] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [alias 5 verdachte] (voor de telescoop) zou bevestigen.
[aangever 14]is op 13 december 2016 via WhatsApp benaderd door [aangever 33] in verband met een advertentie voor blokfluiten die [aangever 14] op Marktplaats had gezet. [aangever 33] heeft een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] (dat zou de zakelijke rekening van [aangever 33] zijn) naar [aangever 14] gestuurd. [aangever 14] heeft op zijn beurt op aanwijzing van [aangever 33] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [aangever 33] (voor een blokfluit) zou bevestigen.
[aangever 18]heeft op 15 december 2016 een WhatsApp-bericht ontvangen van [aangever 33] , die reageerde op een door [aangever 18] op Marktplaats geplaatste advertentie voor een videocamera. Nadat beide partijen een prijs overeengekomen waren heeft [aangever 33] een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] (dat zou de zakelijke rekening van [aangever 33] zijn) naar [aangever 18] gestuurd. Ook heeft hij een foto van (een deel van) het rijbewijs van [aangever 33] naar [aangever 18] gestuurd. Die heeft op aanwijzing van [aangever 33] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [aangever 33] (voor de videocamera) zou bevestigen.
[aangever 22]heeft op 18 december 2016 via WhatsApp contact gehad met [aangever 33] , die reageerde op een advertentie van [aangever 22] voor een dwarsfluit. Ook hier heeft [aangever 33] een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] naar [aangever 22] gestuurd. Die heeft op zijn beurt op aanwijzing van [aangever 33] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, ter bevestiging van de overboeking door [aangever 33] .
[aangever 23]is op 18 december 2016 via WhatsApp benaderd door [aangever 33] . Die heeft ook hier een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] naar [aangever 23] gestuurd. [aangever 23] heeft op aanwijzing van [aangever 33] een foto van zijn bankpas gestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [aangever 33] (voor een DVD recorder) zou bevestigen.
[aangever 25]heeft op 24 december 2016 een WhatsApp-bericht ontvangen van [aangever 33] . Zij heeft een fototas aan hem verkocht. [aangever 33] heeft haar een foto van een bankpas op naam van [aangever 7] toegestuurd. [aangever 25] heeft op verzoek van [aangever 33] een foto van haar bankpas toegestuurd en ter bevestiging van zijn betaling de inlog- en transactiecodes van haar bankrekening aan hem doorgegeven.
[aangever 24]heeft eveneens op 24 december 2016 een WhatsApp-bericht ontvangen van [aangever 33] . Hij heeft een verrekijker aan hem verkocht. [aangever 33] heeft een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] toegestuurd. Ook heeft hij een foto van het rijbewijs van [aangever 33] naar [aangever 24] gestuurd. [aangever 24] heeft op verzoek van [aangever 33] een foto van zijn bankpas naar [aangever 33] gestuurd en ter bevestiging van zijn betaling de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven.
[aangever 20]een WhatsApp-bericht ontvangen van [aangever 33] , die reageerde op een advertentie van [aangever 20] op Marktplaats waarin hij een radio te koop aanbood. Nadat beide partijen een verkoopprijs overeengekomen waren, heeft [aangever 20] op verzoek van [aangever 33] een foto van zijn bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan [aangever 33] doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [aangever 33] zou bevestigen. [aangever 33] heeft op 31 december 2016 meerdere malen naar [aangever 20] gebeld om hem uit te leggen welke codes hij moest doorgeven. In die gesprekken heeft hij zich telkens voorgesteld als ‘ [aangever 33] ’. Het telefoonnummer waarmee naar [aangever 20] is gebeld is het door [verdachte] gebruikte nummer [telefoonnummer 7] .
[aangever 26]is op 2 januari 2017 via WhatsApp benaderd door [aangever 33] . Die heeft hem ook hier een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] gestuurd. [aangever 26] heeft op verzoek van [aangever 33] een foto van zijn bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven, waarmee hij de ontvangst van een overboeking door [aangever 33] (voor een verrekijker) zou bevestigen.
[aangever 32]is op 6 januari 2017 via WhatsApp benaderd door een persoon die zij [aangever 33] noemt en die een foto van zijn rijbewijs naar haar stuurde (de rechtbank begrijpt dat dit het rijbewijs van [aangever 33] is geweest). [aangever 33] heeft een radio van [aangever 32] gekocht en ter bevestiging van het aankoopbedrag heeft zij een foto van haar bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van haar bankrekening aan hem doorgegeven.
[aangever 13]is op 7 januari 2017 via WhatsApp benaderd door [aangever 33] . Die heeft haar een foto van de bankpas op naam van [aangever 7] gestuurd. Zij heeft op verzoek van [aangever 33] een foto van haar bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van haar bankrekening doorgegeven, waarmee zij de ontvangst van een overboeking door [aangever 33] (voor een trompet) zou bevestigen.
[aangever 28]via WhatsApp benaderd door [aangever 33] . Die stuurt hem een foto van een rijbewijs en bankpas op naam van [aangever 33] . [aangever 28] heeft een diaprojector aan [aangever 33] verkocht. Op verzoek van [aangever 33] heeft [aangever 28] een foto van zijn identiteitsbewijs en bankpas toegestuurd. Ter bevestiging van de ontvangst van het aankoopbedrag heeft hij vervolgens de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven.
[aangever 17]. Deze aangever heeft een VHS recorder op Marktplaats te koop aangeboden en kreeg daarop via WhatsApp een reactie van een persoon die zich [naam 24] noemde. Die persoon heeft om zijn betrouwbaarheid te tonen een foto van de bankpas van [naam 25] naar [aangever 17] gestuurd. Ook [aangever 17] heeft, op verzoek van [naam 24] een foto van zijn bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening doorgegeven, ter bevestiging van de ontvangst van de betaling door [naam 24] van de VHS recorder. Dezelfde dag is een bedrag van € 5.900,-- overgeboekt van de bankrekening van [aangever 17] naar bankrekening [rekeningnummer 21] ten name van [naam 26] en een bedrag van € 5.000,-- naar bankrekening [rekeningnummer 22] ten name van [naam 27] .
[aangever 19]via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam 28] noemde en interesse toonde in een door [aangever 19] op Marktplaats te koop aangeboden accordeon. Die persoon heeft om zijn betrouwbaarheid te tonen een foto van de bankpas van [naam 28] naar [aangever 19] gestuurd. Nadat beide partijen een prijs overeengekomen waren heeft [aangever 19] op aanwijzing [naam 28] een foto van zijn bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan [naam 28] doorgegeven, ter bevestiging van de betaling van het overeengekomen bedrag door [naam 28] . Vervolgens is op 21 januari 2017 in totaal € 4.578,20 overgeboekt van de rekening van [aangever 19] naar rekening [rekeningnummer 23] ten name van [naam 29] . Van dit bedrag is dezelfde dag € 4.500,-- gepind door [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft zichzelf herkend op de prints van het pinnen. Hij heeft ook verklaard dat hij dit deed voor [verdachte] en dat hij daar € 100,-- voor kreeg.
[aangever 29]heeft op 25 januari 2017 een WhatsApp contact gehad met een persoon die zich [naam 30] noemde. Zij heeft een cassetterecorder aan hem verkocht en ter bevestiging van de betaling door [naam 30] een foto van haar bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van haar bankrekening aan hem doorgegeven. Een dag later is in totaal
[aangever 16]is op 1 februari 2017 via WhatsApp benaderd door een persoon die zijn naam niet genoemd heeft. Deze persoon reageerde op een Marktplaats advertentie van [aangever 16] voor een fotocamera en heeft een foto van een bankpas op naam van [naam 32] naar hem gestuurd. [aangever 16] heeft op zijn beurt op aanwijzing van die persoon een foto van zijn bankpas toegestuurd en de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening aan hem doorgegeven, ter bevestiging van de betaling van het overeengekomen bedrag door die persoon. Vervolgens is op 2 februari 2017 in totaal € 10.000,-- overgeboekt van de bankrekening van [aangever 16] naar bankrekening [rekeningnummer 25] ten name van [naam 33] en € 5.000,-- naar bankrekening [rekeningnummer 26] ten name van [naam 34] . Van deze bedragen is dezelfde dag in totaal € 7.200,-- gepind door [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft zichzelf herkend op de prints van het pinnen. Hij heeft ook verklaard dat hij het gepinde geld heeft afgegeven aan [verdachte] .
[aangever 39]op 4 februari 2017 via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [naam 30] noemde en hem om zijn betrouwbaarheid te tonen een foto van zijn rijbewijs toestuurde. Ook heeft [naam 30] een foto van de bankpas van [naam 32] toegestuurd (dat zou de bankpas van de vrouw van [naam 30] zijn). [aangever 39] heeft [naam 30] een beamer verkocht. Op verzoek van [naam 30] heeft [aangever 39] een foto van zijn betaalpas naar hem gestuurd. Ter bevestiging van de betaling door [naam 30] heeft [aangever 39] op diens aanwijzingen de inlog- en transactiecodes van zijn bankrekening naar hem gestuurd. Dezelfde dag is € 1.000,-- overgemaakt van de bankrekening van [aangever 39] naar bankrekening [rekeningnummer 27] ten name van [naam 35] . Medeverdachte [medeverdachte 1] had de bankpas op naam van [naam 35] bij zijn aanhouding in zijn bezit. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij deze bankpas had gekregen van een persoon die hij ‘ [naam 20] ’ noemde. Ter zitting heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij met ‘ [naam 20] ’ [verdachte] bedoelde.
[aangever 33]is hiervoor reeds vastgesteld dat hij aangifte heeft gedaan van identiteitsfraude. Begin november 2016 heeft [aangever 33] – in verband met de verkoop van een door hem op marktplaats te koop aangeboden cassettedeck – een foto van zijn bankpas en rijbewijs via WhatsApp opgestuurd naar een aspirant koper die gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Halverwege december 2016 is hij gebeld door een medewerkster van de ING bank met de mededeling dat men geprobeerd had om met de gegevens van zijn bankpas en rijbewijs frauduleuze handelingen te verrichten.
[aangever 34]is hiervoor reeds vastgesteld dat hij aangifte heeft gedaan van identiteitsfraude. Eind oktober 2016 heeft [alias 5 verdachte] – in verband met de verkoop van op Marktplaats te koop aangeboden oordopjes – een foto van zijn bankpas en identiteitsbewijs via WhatsApp opgestuurd naar een persoon die zich [naam 11] noemde en gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Nadien is hij door ongeveer zestien personen benaderd omdat zij waren opgelicht door iemand die gebruik maakte van zijn naam en gegevens.
[aangever 7]een foto van zijn bankpas gestuurd naar de persoon die zich [alias 5 verdachte] noemde, in verband met de betaling door [alias 5 verdachte] van een dwarsfluit. Uit het dossier blijkt dat de bankpas van [aangever 7] nadien naar 21 andere aangevers van internetoplichting is gestuurd. Onder deze aangevers bevonden zich [aangever 18] , [aangever 24] , [aangever 8] , [aangever 9] , [aangever 13] , [aangever 14] en [aangever 12] .
- [aangever 5] ,
- [aangever 6] ,
- [aangever 7] ,
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
€ 50.000,---/-
€ 175.000,--.
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
40 (veertig) maanden en 2 (twee) weken;
10 (tien) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte:
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van de hierna te noemen bedragenten behoeve van de benadeelden, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling kan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
vijf (5) dagen;
twee (2) dagen;
tweehonderdacht (208) dagen;
veertien (14) dagen;
veertien (14) dagen;
achttien (18) dagen;
55 dagen– een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan –;
twaalf (12) dagen;
negentien (19) dagen– een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan –;
drie (3) dagen;
vijftien (15) dagen;
niet-ontvankelijkis in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
niet-ontvankelijkis in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
niet-ontvankelijkis in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
€ 175.000,-- (honderdvijfenzeventigduizend euro), bij niet betalen te vervangen door
365dagen vervangende hechtenis.
[aangever 1]van 3 mei 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1350 tot en met 1352 van het subdossier MO01 PL0600-2016440276 (Map 2):
[aangever 2]van 6 mei 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1383 tot en met 1385 van het subdossier MO01 PL0600-2016440276 (Map 2):
[aangever 3]van 6 mei 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1395 tot en met 1397 van het subdossier MO01 PL0600-2016440276 (Map 2):
[aangever 4]van 9 mei 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1427 tot en met 1429 van het subdossier MO01 PL0600-2016440276 (Map 2):
[aangever 5]van 11 april 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1610 tot en met 1613 van het subdossier MO02 PL0600-2016451209 (Map 2):
[aangever 6]van 25 april 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1710 tot en met 1712 van het subdossier MO02 PL0600-2016452375 (Map 2):
[aangever 7]van 25 november 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 1910 tot en met 1914 van het subdossier MO02 PL0600-2016577902 (Map 3):
[aangever 8]van 7 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2108 tot en met 2110 van het subdossier MO02 PL0600-2016604836 (Map 3):
[aangever 9]van 5 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2210 tot en met 2212 van het subdossier MO02 PL0600-2016606686 (Map 3):
[aangever 10]van 5 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2414 tot en met 2416 van het subdossier MO02 PL0600-2016607965 (Map 3):
[aangever 11]van 4 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 2710 tot en met 2711 van het subdossier MO02 PL0600-2017037126 (Map 3):
[aangever 12]van 14 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. [telefoonnummer 21] tot en met 2915 van het subdossier MO02 PL0600-2017048351 (Map 4):
[aangever 13]van 13 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3114 tot en met 3116 van het subdossier MO02 PL0600-2017059580 (Map 4):
[aangever 14]van 18 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3311 tot en met 3313 van het subdossier MO02 PL0600-2017069505 (Map 4):
[aangever 39]van 8 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3412 tot en met 3414 van het subdossier MO02 PL0600-2017083919 (Map 4):
[aangever 16]van 3 februari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3610 tot en met 3612 van het subdossier MO02 PL0600-2017093605 (Map 5):
[aangever 17]van 12 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3711 tot en met 3718 van het subdossier MO02 PL0600-2017115136 (Map 5):
[aangever 18]van 21 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 3913 tot en met 3945 van het subdossier MO02 PL0600-2017116299 (Map 5):
[aangever 19]van 23 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4108 tot en met 4110 alsmede de bijgevoegde foto van de gestuurde bankpas op pag. 4111 van het subdossier MO02 PL0600-2017166439 (Map 5):
[aangever 20]van 4 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4309 tot en met 4313 van het subdossier MO02 PL0600-2017233088 (Map 6):
[aangever 21]van 15 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4513 tot en met 4515 van het subdossier MO02 PL0600-2016610516 (Map 6):
72genoemde proces-verbaal van aangifte gevoegd geschrift, te weten een overzicht van de WhatsApp-berichten tussen aangever [aangever 21] en [aangever 34] , zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4524 van het subdossier MO02 PL0600-2016610516 (Map 6):
[aangever 22]van 19 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 4713 tot en met 4715 van het subdossier MO02 PL0600-2017048143 (Map 6):
[aangever 23]van 23 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5032 tot en met 5034 van het subdossier MO02 PL0600-2017002609 (Map 7):
[aangever 24]van 28 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5210 tot en met 5213 van het subdossier MO02 PL0600-2016626700 (Map 7):
[aangever 25]van 28 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5413 tot en met 5415 van het subdossier MO02 PL0600-2016630852 (Map 7):
[aangever 26]van 4 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 5610 tot en met 5612 van het subdossier MO02 PL0600-2017041162 (Map 8):
[aangever 27]van 28 april 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 6510 tot en met 6512 van het subdossier MO03 PL0600-2016450955 (Map 9):
[aangever 28]van 9 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7011 en 7012 van het subdossier MO03 PL0600-2017035399 (Map 10):
[aangever 29]van 27 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7210 tot en met 7218 van het subdossier MO03 PL0600-2017051570 (Map 10):
[aangever 30]van 1 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7622 tot en met 7626 van het subdossier MO03 PL0600-2016604519 (Map 11):
[aangever 31]van 6 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 7910 tot en met 7912 van het subdossier MO03 PL0600-2017046355 (Map 11):
[aangever 32]van 6 januari 2017, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 8015 en 8016 van het subdossier MO03 PL0600-2017024843 (Map 12):
[aangever 36]van 26 april 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9310 en 9311 van het subdossier computervredebreuk
[aangever 37]van 19 december 2016, zakelijk weergegeven, inhoudende op pag. 9326 en 9327 van het subdossier computervredebreuk (Map 15):