Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
Weet je wat? Rot maar op. Je bent op staande voet ontslagen. Bij deze. Rot maar op. (…) Wegwezen. Je krijgt een brief thuis.’
Rechtbank Overijssel
Verzoekster trad in september 2019 in dienst bij verweerster met een tijdelijke arbeidsovereenkomst die in mei 2020 werd verlengd. Op 23 juli 2020 werd zij op staande voet ontslagen, mondeling en zonder schriftelijke bevestiging. Verweerster erkende het ontslag pas na confrontatie met een geluidsopname. Verzoekster meldde zich ziek en vond later nieuw werk via een uitzendovereenkomst.
Verzoekster vorderde aanvankelijk vernietiging van het ontslag en doorbetaling van salaris, maar trok dit primair verzoek in en stelde subsidiair betaling van diverse vergoedingen. Verweerster stelde dat het intrekken van het primair verzoek niet meer mogelijk was nadat zij had aangegeven het ontslag in te trekken en de arbeidsovereenkomst te willen voortzetten.
De kantonrechter overwoog dat een ontslag op staande voet niet eenzijdig door de werkgever kan worden ingetrokken zonder uitdrukkelijke instemming van de werknemer. Het primair verzoek kon dus worden ingetrokken en het subsidiaire verzoek werd als primair beoordeeld. Omdat geen dringende reden voor ontslag bestond, werd verweerster veroordeeld tot betaling van gefixeerde schadevergoeding, transitievergoeding, billijke vergoeding, uitbetaling van verlofuren en vakantietoeslag. De billijke vergoeding werd vastgesteld op €3.000 bruto vanwege ernstig verwijtbaar handelen en de omstandigheden van de zaak.
De vergoedingen moeten binnen vier weken worden betaald, vermeerderd met wettelijke rente en een wettelijke verhoging waar van toepassing. Verweerster werd veroordeeld in de proceskosten en nakosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verweerster wordt veroordeeld tot betaling van diverse vergoedingen wegens ongerechtvaardigd ontslag op staande voet.