ECLI:NL:RBOVE:2020:4071
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- M.L.J. Koopmans
- Rechtspraak.nl
Overdraagbaarheid van privacybeding in vaststellingsovereenkomst bij burengeschil over erfdienstbaarheid
In deze zaak staat een burengeschil centraal over de erfdienstbaarheid en het plaatsen van een schutting tussen twee aangrenzende percelen. Eiser is de opvolgend eigenaar van een woning en beroept zich op een vaststellingsovereenkomst die zijn rechtsvoorganger met gedaagde sloot. Gedaagde had een schutting geplaatst die volgens eiser in strijd is met de erfdienstbaarheid en onrechtmatig is.
De rechtbank stelt vast dat het geschil deels voortkomt uit een eerdere procedure tussen gedaagde en de rechtsvoorganger van eiser, waarbij afspraken zijn vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. De erfgrens is duidelijk vastgesteld en vormt geen geschilpunt. Het geschil spitst zich toe op een schuttingdeel dat gedaagde heeft verwijderd en dat eiser als mede-eigendom beschouwt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het beding in de vaststellingsovereenkomst een kwalitatief recht is dat is overgegaan op eiser als opvolgend eigenaar van het onroerend goed. Dit betekent dat eiser zich jegens gedaagde kan beroepen op het recht op privacy en het behoud van het schuttingdeel. Gedaagde wordt veroordeeld om binnen zeven dagen het schuttingdeel te herstellen en te handhaven, onder dreiging van een dwangsom. De overige vorderingen worden afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot herplaatsing van het schuttingdeel binnen zeven dagen onder dwangsom.