Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
- 4 toegangskaarten voor [theater] , Schouwburg Almere, ad € 200,00;
- een dagvoorzitterschap van [naam 3] ad € 2400,00;
- een barbecue-arrangement door [slagerij] ad € 1.300,00;
- een training en analyse door [bedrijf 4] ad € 600,00;
- een golfclinic bij [bedrijf 5] ad € 500,00.
- zij van [naam 4] van de Stichting [benefietgala] hoorde dat de politie niet betaalde voor de veilingitems;
- zij daarop [medeverdachte 1] (medeverdachte [medeverdachte 1] ) heeft benaderd hoe dit op te lossen;
- [medeverdachte 1] haar, zij dacht per mail, heeft gevraagd of zij het totaalbedrag van 5.000 euro wilde factureren namens [bedrijf 1] en of zij als omschrijving op de factuur “vergaderitems” of iets dergelijks wilde zetten;
- dit volgens [medeverdachte 1] de oplossing was die hij had om het betaald te krijgen; dat hij zei dat de veilingitems gebruikt gingen worden tijdens vergaderingen en daarom stond deze omschrijving erop;
- deze omschrijving op het verzoek van [medeverdachte 1] is gebruikt;
- zij vervolgens factuur [nummer] heeft opgemaakt.
- [verdachte] op 22 december 2015 verdachte appt dat zij vandaag [hotel 2] ook gaat afronden en aan [medeverdachte 1] vraagt wat er op de factuur moet komen;
- [medeverdachte 1] daarop antwoordt met “ [festival 2] ”.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
en
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.
en
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van de benadeelde partij
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
en
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.
en
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
80 (tachtig)
uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
40 (veertig) dagen.