Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
gevestigd te Bunnik,
1.[gedaagde 1],wonende te [woonplaats],
[gedaagde 2],
met een briefadres in de BRP ingeschreven te [plaats],
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
300,00(1 punt x tarief € 300,00)
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een civiel geschil tussen Defam B.V. en [gedaagde 1] c.s. over de vervroegde opeising van een kredietovereenkomst. Defam stelde dat zij aan haar zorgplicht had voldaan en dat het krediet correct was vervroegd opgeëist. De kantonrechter beoordeelde dat hoewel voorafgaand aan de opeisingsbrieven geen ingebrekestelling was overgelegd, de ingebrekestelling van 6 januari 2020 en de opeisingsbrief van 10 januari 2020 wel rechtsgeldig waren en het krediet daarmee op 10 januari 2020 rechtsgeldig vervroegd was opgeëist.
Verder stelde Defam dat het eenzijdig wijzigingsbeding in de kredietvergoeding niet onredelijk bezwarend was en dat de rente zelfs was verlaagd ten gunste van de consument. De kantonrechter liet daarom de ambtshalve toets van dit beding achterwege. De kredietvergoeding werd toegewezen vanaf 14 november 2019 tot 10 januari 2020, waarna de wettelijke rente geldt.
De kantonrechter veroordeelde [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk tot betaling van het kredietbedrag, de kredietvergoeding en de proceskosten, en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: De vordering van Defam wordt toegewezen en [gedaagde 1] c.s. wordt veroordeeld tot betaling van het kredietbedrag, kredietvergoeding, wettelijke rente en proceskosten.