Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
- Een proces-verbaal van verdenking (ex artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) in de zaak Kobalt tegen verdachte (en medeverdachte [medeverdachte 1] )), ter zake van valsheid in geschrift, verduistering, oplichting en/of ambtelijke corruptie, tevens overgelegd, opgemaakt op 11 oktober 2016 door verbalisant [verbalisant] :
- Rapportage uit het onderzoek Kobalt met nummer PDC IOO 160025 betreffende het ‘Deelonderzoek naar mogelijke belangenverstrengeling in het Almeerse netwerk, onderdeel van onderzoek Kobalt’, opgemaakt door rapporteur [verbalisant] op 13 september 2016;
- Een hand-out van een presentatie 'onderzoeksopdracht oriënterend onderzoek’.
- Map 1: bladzijde 1 t/m 287 van het onderzoek Kobalt;
- Map 2: bladzijde 288 t/m 813 van het onderzoek Kobalt;
- Het (voornoemde) proces-verbaal van verdenking opgemaakt in de zaak Kobalt (documentnummer in Kobalt: 27092016.0934.0248).
Als uitgangspunt dient te worden genomen dat het openbaar ministerie de bevoegdheid heeft om zelfstandig te beslissen of naar aanleiding van een ingesteld opsporingsonderzoek vervolging moet plaats vinden. De beslissing om tot vervolging over te gaan leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor niet-ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde, waarbij zware motiveringseisen dienen te gelden. Daarbij is de maatstaf of geen redelijk handelend lid van het openbaar ministerie heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn. Aan deze strenge maatstaf is, mede gelet op de functie die verdachte bekleedde, niet voldaan.
- 4 toegangskaarten voor [theater] , Schouwburg Almere, ad € 200,00;
- een Dagvoorzitterschap van [naam 3] ad € 2400,00;
- een Barbecue-arrangement door [slagerij] ad € 1.300,00;
- een Training en Analyse door [bedrijf 6] ad € 600,00;
- een Golfclinic bij [bedrijf 7] ad € 500,00.
- zij van [naam 4] van de Stichting [benefietgala] hoorde dat de politie niet betaalde voor de veilingitems;
- zij daarop [verdachte] (verdachte) heeft benaderd hoe dit op te lossen;
- verdachte haar, zij dacht per mail, heeft gevraagd of zij het totaalbedrag van 5.000 euro wilde factureren namens [bedrijf 1] en of zij als omschrijving op de factuur “vergaderitems” of iets dergelijks wilde zetten;
- dit volgens verdachte de oplossing was die hij had om het betaald te krijgen; dat hij zei dat de veilingitems gebruikt gingen worden tijdens vergaderingen en daarom stond deze omschrijving erop;
- deze omschrijving op het verzoek van verdachte is gebruikt;
- zij vervolgens factuur [nummer] heeft opgemaakt.
- [medeverdachte 1] op 22 december 2015 verdachte appt dat zij vandaag [hotel 2] ook gaat afronden en aan verdachte vraag wat er op de factuur moet komen;
- Verdachte daarop antwoordt met “ [festival 2] ”.
- Bovenstaande factuur was als bijlage bij deze mail gevoegd, evenals de inkoopfactuur van Camulet betreffende deze lens;
- Verdachte heeft op 16 januari 2016 te 13.03 uur [getuige 2] per mail geantwoord:
- Bij voornoemde mail was factuur [nummer] opnieuw als bijlage gevoegd, nu onder de omschrijving aangevuld met de tekst: “conform afspraak”;
- [getuige 2] heeft op 16 januari 2016 te 14.23 uur opnieuw een mail gezonden naar verdachte, met als bijlage opnieuw factuur [nummer] , nu voorzien van de omschrijving
- Een contante geldopname van € 750,00 met de creditcard van de COR van de Nationale Politie, zonder dat sprake was van enige relatie van die kasopname tot uitgaven ten behoeve van de Nationale Politie;
- En het opnemen van deze betalingen als zakelijke uitgaven in de verantwoording van zijn creditcard-uitgaven.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
en
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.
en
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.
en
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst..
en
het misdrijf: opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.
6.De strafbaarheid van verdachte
8.De schade van de benadeelde partij
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
en
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.
en
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.
en
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.
en
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst..
en
het misdrijf: opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.
straf
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden;