Op 25 juli 2019 raakten verdachte en slachtoffer in Almelo in een gevecht waarbij verdachte het slachtoffer meerdere keren met een mes in de buik stak. De rechtbank stelde vast dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer door het steken in de buik, waar vitale organen liggen.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat verdachte handelde uit noodweer. Het gevecht vond plaats in de woning van verdachte, waarbij het slachtoffer bovenop verdachte lag en hem aanviel. Ondanks het meerdere malen steken, bleef het slachtoffer aanvallen en liep uiteindelijk weg zonder dat het steken het effect had om de aanval te stoppen.
De rechtbank concludeerde dat het handelen van verdachte proportioneel was gezien de omstandigheden en dat hij zich mocht verdedigen tegen een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding. Daarom werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen schadebedrag was opgegeven en verdachte niet strafbaar werd gehouden.