Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
feit 1
feiten 2 en 3
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 14 september 2020, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv;
- het proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden van 3 juli 2019 (pag. 15 en 16);
- het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] van 28 augustus 2019 (pag. 32 t/m 43);
- het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] van 16 oktober 2019 (pag. 90).
op één of meer tijdstippenin
of omstreeksde periode van 01 mei 2019 tot en met 21 juni 2019 te Hengelo, gemeente Hengelo (O),
(telkens
)met de aan zijn zorg
, opleiding en/of waakzaamheidtoevertrouwde minderjarige
,[slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt,
(telkens
) een of meerontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit
of mede bestonden uithet seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het
eén of meermalenduwen/drukken van zijn, verdachtes, vinger in de vagina van die [slachtoffer] ;
een persoon, te weten[slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2] ), van wie hij wist
of redelijkerwijs moest vermoedendat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft gedwongen getuige te zijn van zijn, verdachtes, seksuele handelingen, immers heeft hij, verdachte, tijdens een WhatsAppcontact met
voornoemde[slachtoffer] die [slachtoffer] een film/video toegezonden waarop zijn, verdachtes, ontbloot onderlichaam zichtbaar is en
/of (waarbij)hij, verdachte, zijn penis vastpakt en
(vervolgens
)zichzelf aftrekt;
of omstreeksde periode van 01 mei 2019 tot en met 21 juni 2019, te Hengelo,
in degemeente Hengelo (O), één
of meerafbeelding
(en) of voorwerp(en), namelijk één
of meerfoto
'svan een stijf mannelijk geslachtsdeel, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft verstrekt
, aangeboden en/of vertoondaan een minderjarige, te weten aan [slachtoffer] (geboren [geboortedatum 2] ), van wie hij wist
of redelijkerwijs moest vermoeden,dat deze jonger was dan zestien jaar.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd;
een persoon van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen;
een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, verstrekken aan een minderjarige van wie hij weet dat deze jonger is dat zestien jaar;
gevangenisstrafvoor de duur van
21 (eenentwintig) maanden;
6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 5 (vijf) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:
bepaalt dat verdachte voor de duur van 3 (drie) jaren wordt ontzet uit het recht om het beroep van psychosociaal hulpverlener/begeleider uit te oefenen;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit 1 tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.361,-- (tweeduizend driehonderd en eenenzestig euro),te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
33 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;