Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
[Y],
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek van werknemer
4.4. De beoordeling
in het incident ex artikel 223 Rv Pro
5.De beslissing
(md)
Rechtbank Overijssel
De werknemer [X] was sinds 2003 in dienst bij [Y] en vervulde de functie van meewerkend voorman. Na geruchten over veelvuldig bellen met een oud-werknemer en bezoek aan diens bedrijf, stelde [Y] een onderzoek in. [X] ontkende aanvankelijk zijn bezoek en telefoongesprekken, maar werd later geconfronteerd met bewijs en erkende dit.
[Z] werd op staande voet ontslagen wegens het niet eerlijk zijn over de contacten en vermeend handelen in strijd met de arbeidsovereenkomst. [X] verzocht vernietiging van het ontslag en betaling van achterstallig salaris en vergoedingen. [Y] verzocht subsidiar de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen.
De kantonrechter oordeelde dat het liegen van [X] niet ernstig genoeg was voor ontslag op staande voet, mede gelet op zijn lange dienstverband en leeftijd. Ook was het handelen van [Y] niet als goed werkgever te kwalificeren vanwege het heimelijk onderzoeken van [X]. De ontbindingsverzoeken van [Y] werden afgewezen, en [X] werd toegelaten tot de werkvloer met betaling van achterstallig salaris en wettelijke rente. De leningsovereenkomst werd bevestigd met een opzegtermijn van twee maanden.
De procedurekosten werden aan [Y] opgelegd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de werknemer wordt toegelaten tot de werkvloer met betaling van achterstallig salaris en rente.